Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 9 juli 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:3559Zaaknummer UTR 24/1853

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
UTR 24/1853
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT UHT, intrekking met pkv

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen. rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
  2. Dienst Toeslagen, verweerder
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/1853

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. P. Salim),

en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld op 15 maart 2024, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaren tegen de definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag en de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld.

Verweerder is met verzoekster een vaststellingsovereenkomst overeengekomen op 7 februari 2025.

Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

Verweerder heeft op 27 mei 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.[_0d23d556-cf86-4ec0-a569-a9ce7fad075b]

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en geeft aan dat de proceskosten en het griffierecht op grond van de vaststellingsovereenkomst zullen worden uitbetaald.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5 omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden).[_ec50d896-7053-4ba4-80ea-314a5ad09db9]

5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen. rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.