Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 2 juli 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:3433Zaaknummer UTR 25/2039

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
UTR 25/2039
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT UHT

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] (Curaçao), eiseres
  2. Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).
  3. Inleiding
  4. Overwegingen
  5. Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2039

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] (Curaçao), eiseres

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),

en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 31 juli 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_274dc71d-65e4-49ab-a02e-2e5281c8949f]

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_639151e7-c293-4c95-ab2e-b9998beb57c9] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_7d0237d4-e121-48a2-9df4-76b997545005]

3. Eiseres heeft bij de brief van 21 februari 2025 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op haar bezwaar heeft genomen.

4. Verweerder stelt in het verweerschrift van 24 maart 2025 dat eiseres eerder een beroep heeft ingesteld tegen van het uitblijven van dezelfde beslissing als waar dit beroep op ziet. Verweerder verzoekt om de behandeling van beide zaken ter behandeling te voegen, en slechts één keer de dwangsom en de proceskostenvergoeding toe te kennen.

5. De rechtbank stelt vast dat eiseres al eerder beroep heeft ingesteld vanwege het uitblijven van de beslissing op haar bezwaar door verweerder. Het eerdere beroep heeft zij bij brief van 16 januari 2025 ingediend. De rechtbank verwijst in deze uitspraak dan ook naar de eerdere uitspraak van 28 mei 2025 (UTR 25/528).

6. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres al eerder een beroep heeft ingesteld dat ziet op het uitblijven van hetzelfde besluit. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk zal beoordelen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025.

de griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.