Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Midden-Nederland, 5 februari 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:295Zaaknummer 11243493

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
21 februari 2025
Zaaknummer
11243493
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser wil dat gedaagde € 5.684,58 aan haar betaalt voor het leveren van verkeersregelaars op twee evenementen. Gedaagde wil niet betalen, omdat zij geen overeenkomst met eiser heeft gesloten. Volgens gedaagde heeft niet zij, maar een andere partij een overeenkomst gesloten, en niet met eiser maar met een eenmanszaak. De kantonrechter oordeelt dat eiser het bestaan van de door haar gestelde overeenkomst met gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

4.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.

EM 62935

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van de zaak
  3. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11243493 \ UC EXPL 24-5169

Vonnis van 5 februari 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. B. Blom.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.

1.2.

Daarna is bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1.

[eiseres] wil dat [gedaagde] € 5.684,58 aan haar betaalt voor het leveren van verkeersregelaars op twee evenementen. [gedaagde] wil niet betalen, omdat zij geen overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten. Volgens [gedaagde] heeft niet zij, maar [bedrijf 1] B.V. een overeenkomst gesloten, en niet met [eiseres] maar met [bedrijf 2]. De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] het bestaan van de door haar gestelde overeenkomst met [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd. De vordering van [eiseres] wordt daarom afgewezen. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.

3. De beoordeling

[gedaagde] hoeft geen € 5.684,58 aan [eiseres] te betalen

3.1.

De heer [A], werkzaam bij [bedrijf 3] B.V. (hierna: [A] ), heeft per mail een opdracht verstrekt aan de heer [B] (hierna: [B]) voor het leveren van verkeersregelaars voor evenementen in Rotterdam en Almere. Volgens [eiseres] handelde [B] bij het aangaan van deze overeenkomst namens [eiseres], maar volgens [gedaagde] handelde [B] namens zijn eenmanszaak [bedrijf 2]. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst [gedaagde] enerzijds naar het mailverkeer dat rondom de opdracht heeft plaatsgevonden tussen [A] en [B] vanuit het e-mailaccount van zijn eenmanszaak [bedrijf 2]. Anderzijds verwijst [gedaagde] naar door haar overgelegde bankafschriften waaruit blijkt dat [bedrijf 1] B.V. ten aanzien van andere evenementen steeds betaalde aan [bedrijf 2].

3.2.

[eiseres] heeft hiertegenover niets overgelegd waaruit blijkt dat [B] voor deze opdracht namens [eiseres] handelde in plaats van namens zijn eenmanszaak [bedrijf 2]. Zij heeft alleen gesteld dat [B] met [eiseres] de afspraak zou hebben gemaakt om grote klussen bij [eiseres] onder te brengen. Wat daar verder ook van zij, een dergelijke afspraak kan niet zomaar tegenover [gedaagde] worden ingeroepen. [eiseres] moet in dat geval bij [B] zijn om nakoming te vragen van die afspraak en niet bij [gedaagde].

3.3.

Dit betekent dat [eiseres] het bestaan van de overeenkomst tussen haar en [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd en dat [gedaagde] niet door [eiseres] tot betaling kan worden aangesproken. [eiseres] heeft nog gewezen op mailberichten waarin [A] heeft gesuggereerd dat de facturen zouden zijn of zouden worden betaald. [eiseres] leest daarin een toezegging althans een aanvaarde betalingsverplichting. De kantonrechter volgt [eiseres] daarin niet. De inhoud van de mails leidt niet tot een andere juridische positie van [gedaagde] in deze procedure. Het stond [gedaagde] nog altijd vrij om tegenover [eiseres] als verweer te voeren dat er tussen deze partijen geen overeenkomst van opdracht is gesloten en dat er dus geen sprake is van een betalingsverplichting van [gedaagde] tegenover [eiseres]. Dit leidt dus niet tot een ander oordeel.

3.4.

De vordering zal daarom worden afgewezen. Het antwoord op de vraag of [bedrijf 2] de overeenkomst met [gedaagde] of [bedrijf 1] B.V. heeft gesloten doet er dan niet meer toe, omdat het antwoord op die vraag niet tot een andere uitkomst leidt.

[eiseres] moet de proceskosten betalen

3.5.

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde€678,00(2 punten × € 339,00)
- nakosten€135,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€813,00

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

4.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.

EM 62935

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.