Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 9 april 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:2538Zaaknummer C/16/574189
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 9 april 2025
- Publicatiedatum
- 28 mei 2025
- Zaaknummer
- C/16/574189
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eiseres ziet na tussenvonnis met bewijsopdracht af van bewijslevering. Vorderingen worden afgewezen.
De rechtbank:
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 5.607,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,- extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
locatie Lelystad
Vonnis van 9 april 2025
in de zaak met zaaknummer: C/16/574189 / HL ZA 24-112 van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2],
eiseres, hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. D.M. Schouten-Hennen (Acris Legal),
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1],
gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde]
advocaat: mr. H. Hulshof (Hulshof Advocatuur).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 december 2024;
- het bericht van [eiseres] van 31 december 2024.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
2 De verdere beoordeling
[eiseres] ziet af van bewijslevering
In het tussenvonnis van 18 december 2024 heeft de rechtbank [eiseres] opgedragen om te bewijzen dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan zij advies- en bemiddelingswerkzaamheden voor [gedaagde] zou uitvoeren en [gedaagde] in ruil hiervoor een vaste fee van € 75.000,- exclusief btw zou betalen. De rechtbank heeft [eiseres] ook opgedragen om te bewijzen welke werkzaamheden zij heeft verricht en dat het door haar gevorderde loon van € 90.750,- inclusief btw op de gebruikelijke wijze is berekend, dan wel redelijk is.
[eiseres] heeft in haar bericht van 31 december 2024 medegedeeld dat zij geen getuigen wil laten horen en dat zij geen nadere bewijsstukken zal indienen.
[gedaagde] hoeft [eiseres] niets te betalen
Omdat [eiseres] geen bewijs heeft geleverd, is niet komen vast te staan dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [gedaagde] verplicht is om [eiseres] een bedrag te betalen. De door [eiseres] gevorderde hoofdsom van € 90.750,- inclusief btw zal daarom worden afgewezen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 1.682,50 zullen worden afgewezen, omdat die samenhangen met de hoofdsom.
Proceskosten
[eiseres] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 112,37 | |
| - griffierecht | € | 2.889,00 | |
| - salaris advocaat | € | 2.428,00 | (2 punten × € 1.214,00) |
| - nakosten | € | 178,00 | (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 5.607,37 |
[eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de door [eiseres] gemaakte beslagkosten te vergoeden. De rechtbank zal deze vordering afwijzen, omdat [eiseres] in de proceskosten wordt veroordeeld.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 5.607,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,- extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.