Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 april 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:2367Zaaknummer UTR 22/5829-V

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
30 mei 2025
Zaaknummer
UTR 22/5829-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het verzet is ongegrond. De rechtbank heeft zich terecht kennelijk onbevoegd verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/5829-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 op het verzet van

[opposant], uit [plaats], opposant[_47fdb689-a90c-4c62-99e8-e693c5430509],

tegen de uitspraak van de rechtbank van 11 oktober 2023 in het geding tussen

opposant

en

het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht, het college

(gemachtigde: mr. A.C.M. Kusters).

Inleiding

Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 11 oktober 2023 waarin de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard om van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit van opposant kennis te nemen.

Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 11 oktober 2023 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel[_ae402f25-aa3e-49a6-be3a-b41ef0ac189f] is dat de rechtbank onbevoegd is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

3. Het beroep van opposant ging over zijn verzoek van 19 oktober 2022 om informatie over alle dossierstukken die ten grondslag lagen aan alle besluiten in 2008. Opposant heeft daarbij verwezen naar de Algemene verordening gegevens bescherming (AVG). De uitspraak van 11 oktober 2023

4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat het verzoek zoals door opposant ingediend, niet kan worden aangemerkt als een verzoek in de zin van de AVG, omdat het onvoldoende is gespecificeerd en te algemeen geformuleerd. Er is dus geen sprake van een aanvraag als bedoeld in de Awb. Er kan daarom ook geen beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit worden ingesteld.

5. Opposant is het er niet mee eens dat zijn verzoek als onvoldoende gespecificeerd en te algemeen geformuleerd is gekwalificeerd. Hij vindt het wel goed gespecificeerd en adequaat omschreven. Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank is van oordeel dat de rechtbank in haar uitspraak van 11 oktober 2023 tot het eindoordeel heeft kunnen komen dat buiten redelijke twijfel is dat de rechtbank onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Opposant heeft verzocht om informatie over alle dossierstukken die ten grondslag lagen aan alle besluiten in 2008. Het inzagerecht zoals neergelegd in artikel 15 van de AVG geeft een betrokkene recht om uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en om inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens. Het verzoek zoals door opposant gedaan is te algemeen geformuleerd. Er zijn diverse jarenlange procedures geweest over eisers ontslag bij de Universiteit Utrecht. Dat daarover dossierstukken bestaan is logisch. Gezien deze procedures heeft eiser over dergelijke stukken ook de beschikking of de beschikking gehad. Het verzoek zoals eiser dat verwoordt is een citaat uit een gedingstuk van de advocaat van het college van de periode daarna. Als zodanig is het citaat van de advocaat niet concreet en te onbepaald en ongericht. Het kan daarom niet aangemerkt worden als een AVG-verzoek van opposant om inzage.Conclusie en gevolgen

De grond van het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 11 oktober 2023. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Mollerus, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 april 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.