Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:1979Zaaknummer 24/7649

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
24/7649
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

gemw

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van

A.C. van de Biesebos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/7649

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde, verweerder,

(gemachtigde: T.M. Klooster).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend op 28 november 2024, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn handhavingsverzoek.

Verweerder heeft alsnog een besluit genomen op het handhavingsverzoek van verzoeker. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.

Instellen beroep niet tijdig beslissen

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_deecaa34-4ea8-4151-b082-63f309181e9d] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_0faed38c-78ad-481b-9416-96a5f3a9464a]

3. De rechtbank oordeelt dat verzoeker te vroeg beroep heeft ingesteld. De termijn van twee weken die verstreken moeten zijn nadat verweerder de schriftelijke ingebrekestelling had ontvangen, was namelijk nog niet voorbij op het moment dat verzoeker op 28 november 2024 beroep in stelde. De termijn gaat in vanaf het moment dat verweerder de ingebrekestelling heeft ontvangen. Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende aangetoond dat zij de ingebrekestelling van verzoeker pas op 23 november 2024 heeft ontvangen. De tweewekentermijn was dan ook pas voorbij op 8 december 2024. Vanaf deze datum zou verweerder te laat zijn met het nemen van een besluit en vanaf dan had verzoeker beroep hiertegen in kunnen stellen wegens niet tijdig beslissen. Nu verzoeker zijn beroep niet tijdig beslissen heeft ingediend bij de rechtbank op 28 november 2024, is dit prematuur. De hoofdregel is dan dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

4. Daar komt bij dat verweerder op 3 december 2024 een besluit aan verzoeker heeft toegezonden. De rechtbank stelt vast dat dit binnen de tweewekentermijn is nadat verweerder de schriftelijke ingebrekestelling had ontvangen.

Proceskostenvergoeding

6. Verzoeker verzoekt om een vergoeding van zijn proceskosten. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

7. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat verzoeker het beroep niet tijdig beslissen prematuur heeft ingesteld en verweerder heeft beslist op het verzoek van verzoeker binnen de tweewekentermijn nadat zij de ingebrekestelling heeft ontvangen, ziet de rechtbank geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van

A.C. van de Biesebos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.