Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 14 april 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:1967Zaaknummer UTR 25/1192

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
12 mei 2025
Zaaknummer
UTR 25/1192
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De brief waartegen eiseres beroep instelt is afkomstig van Zorg en Zekerheid. Dit is geen bestuursorgaan volgens artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Hier kan geen beroep tegen worden ingesteld bij de bestuursrechter. De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/1192

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de Onderlinge Waarborgmaatschappij Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid, hierna: Zorg en Zekerheid

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de brief van Zorg en Zekerheid van 9 december 2021. In deze brief heeft Zorg en Zekerheid een beslissing genomen op de klacht van eiseres.

2. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank oordeelt dat de brief van 9 december 2021 van Zorg en Zekerheid geen besluit is waar eiseres beroep tegen kan instellen bij de bestuursrechter. Volgens de wet kan er beroep ingesteld worden tegen een besluit van een bestuursorgaan. Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld, of een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.[_ca2e1dd1-8617-44e3-bb7e-719c3b969000] Dit betekent dat een bestuursorgaan een door de wet ingesteld orgaan van een rechtspersoon is, die een overheidstaak is opgedragen.

4. In dit geval is de brief waartegen eiseres beroep instelt afkomstig van Zorg en Zekerheid. Dit is geen bestuursorgaan volgens artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Omdat tegen een brief van een zorgverzekeraar geen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter, verklaart de bestuursrechter zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. In de brief van 9 december 2021 is ook al vermeld dat als eiseres het niet eens is met de brief zij zich kan wenden tot de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (t.a.v. de Ombudsman Zorgverzekeringen).

5. Tot slot wijst de rechtbank er nog op dat eiseres al eerder beroep heeft ingesteld tegen een beslissing van Zorg en Zekerheid over een klacht. De rechtbank heeft zich toen ook al onbevoegd verklaard en uitgelegd waarom ter zake geen beroep openstaat bij de bestuursrechter.[_abc49de2-1215-4495-97f2-dd36d01e2852]

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.