Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:1659Zaaknummer UTR 25/585
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 19 maart 2025
- Publicatiedatum
- 25 april 2025
- Zaaknummer
- UTR 25/585
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BNT UHT. Niet-ontvankelijk: geen sprake van een rechtsgeldige ingebrekestelling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/585
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] ( [land] ), eiseres
(gemachtigde: mr. L.C. van Kasteren),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 19 juni 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Op 7 februari 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_96767130-e37e-4f27-a4f4-5602d362b4a8] Het beroep is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_52482280-6509-4953-b090-4068cd6ba89b] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_fcaa3b0b-99cf-400d-9a44-26c430f64b5a]
3. Eiseres heeft op 18 januari 2025 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Eiseres stelt dat zij verweerder op 21 december 2024 in gebreke heeft gesteld wegens het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar.
4. Verweerder stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar beroep, omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen van eiseres. Uit de stukken van eiseres volgt dat de ingebrekestelling is verstuurd naar een werknemer van verweerder. Uit navraag bij de desbetreffende werknemer blijkt dat deze ingebrekestelling niet is ontvangen dan wel niet kan worden teruggevonden. Verweerder voert vervolgens aan dat een ingebrekestelling uitsluitend per post of digitaal via het systeem van de Dienst, genaamd ‘File Transfer’, kan worden ingediend. Dus niet via individuele medewerkers.
5. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt en stelt vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de ingebrekestelling op de juiste manier is verzonden. De rechtbank stelt daarom vast dat er geen sprake is van een (rechtsgeldige) ingebrekestelling.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.