Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 24 maart 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:1243Zaaknummer UTR 23/6570 T3

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 maart 2025
Publicatiedatum
10 april 2025
Zaaknummer
UTR 23/6570 T3
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Derde tussenuitspraak. Verlengen termijn voor het herstellen van het gebrek in het tweede bestreden besluit.

De rechtbank:

- stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk op 10 april 2025 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tweede tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/6570 T3

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. F. Khalil),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigde: C. Rietveld).

Als derde-partij neemt aan het geding deel:

[derde-partij], gevestigd in [vestigingsplaats], vergunninghouder

(gemachtigde: mr. H.L. van der Aa).

Procesverloop

1.1.

In de tweede tussenuitspraak van 21 februari 2025 (de tweede tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak op 28 februari 2025, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit 2 te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.

1.2.

Met een brief van 18 maart 2025 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tweede tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen.

Overwegingen

2. Het college heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om het gebrek te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tweede tussenuitspraak.

3. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.

4. Het college wil gebruik maken van de aan hem geboden gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat de behandelend jurist van het college vanwege persoonlijke omstandigheden niet in de gelegenheid was om de herstelmogelijkheid direct na ontvangst van de tweede tussenuitspraak op te pakken. Een collega van haar heeft namens het college op de tweede tussenuitspraak gereageerd. De termijn die nu nog rest is te kort om het bestreden besluit 2 te kunnen repareren. Het college vraagt daarom de termijn waarbinnen het gebrek hersteld moet zijn te verlengen tot zes weken na 28 februari 2025.

5. De rechtbank acht dit een bijzonder geval dat verlenging van de termijn rechtvaardigt, omdat elke andere beslissing van de rechtbank – met name de einduitspraak waarbij het college de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen – naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.

6. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk op 10 april 2025 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tweede tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.