Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 22 januari 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:124Zaaknummer 571387

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
571387
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Eiser vordert schadevergoeding na eenzijdig ongeval met een bestelauto bestuurd door gedaagde. Rechtbank kwalificeert de rechtsverhouding tussen partijen als een overeenkomst van goederenvervoer over de weg. Partijen krijgen de gelegenheid hierover akte te nemen.

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 19 februari 2025 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 2.2.-2.4.,

3.2.

draagt partijen op om uiterlijk 5 februari 2025 elkaar de concept akte toe te sturen,

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

5827

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht

Zittingsplaats Lelystad

Zaaknummer: C/16/571387 / HL ZA 24-63

Vonnis van 22 januari 2025

in de zaak van

[eiseres],

h.o.d.n. [handelsnaam],

te [plaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

advocaat: mr. H. den Besten,

tegen

[gedaagde],

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. R.H.G. Evers.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 29 mei 2024

- bericht van [eiseres] met nadere producties (14, 15 en 16)- de mondelinge behandeling van 14 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Op 28 mei 2022 organiseerde [eiseres] met haar eenmanszaak ‘ [handelsnaam] ’ een huwelijksfeest in Duitsland. [gedaagde] bestuurde een gehuurde bestelauto met goederen bestemd voor dit huwelijksfeest. Onderweg naar het feest heeft een eenzijdig ongeval met de bestelauto plaatsgevonden. [eiseres] houdt [gedaagde] aansprakelijk voor de door het ongeval ontstane schade en vordert onder meer betaling door [gedaagde] van deze schade. [gedaagde] betwist aansprakelijk te zijn voor de door het ongeval veroorzaakte schade en betwist ook de hoogte en omvang van de door [eiseres] gestelde geleden schade.

Tussen partijen is sprake van een vervoersovereenkomst

2.2.

De rechtbank moet allereerst kwalificeren wat de rechtsverhouding tussen partijen is. [gedaagde] heeft gesteld dat hij op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst was bij [eiseres]. Een arbeidsovereenkomst vereist onder meer dat de partij die de werkzaamheden verricht daar loon voor ontvangt. Hoewel [gedaagde] heeft betwist dat hij zijn werkzaamheden zonder betaling als vriendendienst zou verrichten, heeft hij onvoldoende onderbouwd dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] loon zou ontvangen voor zijn werkzaamheden.

2.3.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een overeenkomst van goederenvervoer over de weg in de zin van artikel 8:1090 BW. Dat is de overeenkomst waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij (de afzender) verbindt door middel van een voertuig zaken uitsluitend over de weg en anders dan over spoorwegen te vervoeren. [gedaagde] heeft zich tegenover [eiseres] verbonden om met een bestelauto goederen ten behoeve van een bruiloftsfeest te vervoeren over de weg. Uit de memorie van toelichting bij de bepalingen over een overeenkomst van goederenvervoer over de weg blijkt dat het niet vereist is dat het vervoer plaatsvindt met eigen vervoermiddel, dat [eiseres] de bestelauto ter beschikking heeft gesteld aan [gedaagde] staat dus niet aan deze kwalificatie in de weg. [eiseres] heeft gesteld dat er sprake was van een vriendendienst en zij [gedaagde] niet zou betalen voor zijn werkzaamheden. De Hoge Raad heeft uitgelegd dat ook zonder betaling er sprake van zijn van een vervoersovereenkomst (ECLI:NL:HR:1958:23).

2.4.

Omdat de discussie tot op heden niet over de vervoersovereenkomst is gegaan, krijgen partijen de gelegenheid zich hierover uit te laten. Partijen mogen akte nemen op 19 februari 2025. Uiterlijk twee weken hiervoor, op 5 februari 2025, dienen partijen elkaar de conceptakte toe te sturen waarop zij in de definitieve akte kunnen reageren.

2.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 19 februari 2025 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 2.2.-2.4.,

3.2.

draagt partijen op om uiterlijk 5 februari 2025 elkaar de concept akte toe te sturen,

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.

5827

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.