Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 20 maart 2025

ECLI:NL:RBMNE:2025:1232Zaaknummer 11380964 UT 24-11061

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
31 maart 2025
Zaaknummer
11380964 UT 24-11061
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vader is mentor van zoon/betrokkene. Moeder verzoekt om in plaats van vader een professionele mentor te benoemen. Betrokkene wil het mentorschap opheffen. De kantonrechter heeft beslist dat het mentorschap niet wordt opgeheven omdat gebleken is dat er al jarenlang verschillende hulpverlenende instanties betrokken zijn en betrokkene begeleiding nodig heeft. Vader wordt ontslagen als mentor en in zijn plaats wordt een professionele mentor benoemd omdat, als er een verschil van inzicht over de verzorging van betrokkene tussen ouders bestaat, een onafhankelijke mentor de meest geschikte persoon is om betrokkene te ondersteunen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot opheffing van het mentorschap af;

- ontslaat vader met ingang van de dag na de uitspraak van deze beschikking als mentor;

- benoemt met ingang van de dag na de uitspraak van deze beschikking tot mentor [mentor] h.o.d.n. [naam], voornoemd;

- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau

locatie Utrecht

zaaknummer: 11380964 UT VERZ 24-11061 jb

Beschikking d.d. 20 maart 2025

op verzoek van:

[moeder],

wonende te [woonplaats],

[adres],

hierna te noemen: moeder,

met betrekking tot:

[betrokkene],

geboren te [woonplaats], Polen op [2001],

wonende te [adres], [woonplaats],

hierna te noemen: [betrokkene].

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 16 oktober 2024;
  • de brief van [betrokkene], ter griffie ingekomen op 12 december 2024;
  • het e-mailbericht van moeder van 1 januari 2025,
  • de tussentijdse evaluatie van 12 maart 2025;
  • de bereidverklaring van [mentor], h.o.d.n. [naam] om tot opvolgend mentor te worden benoemd.
1.2.

Op 29 november 2024 is de zaak besproken tijdens de mondelinge behandeling. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

  • [betrokkene];
  • moeder;
  • de heer [vader], bewindvoerder en mentor, hierna te noemen: vader;
  • mevrouw [A], echtgenote van vader.
1.3.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken op de zitting.

1.4.

Na de zitting is bij brief van 3 december 2024 vader en moeder de gelegenheid gegeven om ieder apart een professionele mentor voor te dragen. Van de vader is hierop geen reactie ontvangen. Moeder heeft wel een voorstel gedaan.

2 De beoordeling

Inleiding

2.1.

Ten behoeve van [betrokkene] is een mentorschap ingesteld. Moeder heeft schriftelijk verzocht om vader te ontslaan als mentor en om in zijn plaats een professionele mentor te benoemen. [betrokkene] heeft verzocht om het mentorschap op te heffen.

2.2.

De kantonrechter zal het mentorschap niet opheffen maar wel een andere mentor in de plaats van vader benoemen. Hierna zal worden uitgelegd waarom.

Wat is er gebeurd?

2.3.

In 2019 is bewind en mentorschap ingesteld met benoeming van vader tot bewindvoerder en mentor.

2.4.

[betrokkene] is geboren in Polen. Tijdens de zwangerschap was sprake van alcoholmisbruik door zijn biologische moeder. [betrokkene] heeft Foetaal Alcohol Syndroom opgelopen en heeft een lichte verstandelijke beperking. Ook zijn er aanwijzingen voor posttraumatische stress en een reactieve hechtingsstoornis. Op 5-jarige leeftijd komt [betrokkene] naar Nederland. Zijn adoptiefouders zijn zeer belangrijk voor [betrokkene]. De ouders zijn helaas inmiddels gescheiden en niet op goede voet met elkaar. Er is weinig of geen communicatie tussen vader en moeder. [instelling], waar [betrokkene] in behandeling is geweest, heeft gemerkt dat er meer en meer een loyaliteitsconflict dreigt te ontstaan.

2.5.

Toen vader [betrokkene] op 12 oktober 2024 in huis nam, tegen het advies van hulpverleners in, werd eerst door [instelling] en later door moeder een verzoek gedaan om een professionele mentor voor [betrokkene] te benomen.

2.6.

De kantonrechter heeft ter zitting eerst met alle aanwezigen gesproken. Vervolgens is met [betrokkene] alleen gesproken. Op de vraag of vader mentor moest blijven, of iemand anders, heeft [betrokkene] als volgt geantwoord: “Ik vind het fijn dat mijn vader mentor is, maar sommige dingen bespreek ik liever niet. Misschien is het fijn als er iemand van buiten is. Ik wil mijn vader en moeder er niet mee belasten. Soms vind ik het moeilijk om dat tegen ze te zeggen.”

2.7.

[betrokkene] heeft na de zitting in een brief geschreven, waarin staat dat hij geen mentor meer wil. Ook vader heeft gevraagd om beëindiging van het mentorschap.

Wat heeft de kantonrechter beslist?

2.8.

De kantonrechter gaat een professionele mentor benoemen. Uit een rapportage van Intermetzo (gevoegd bij het instellingsverzoek tot mentorschap) en uit een brief van de maatschappelijk werker van [instelling] van 25 juni 2024 blijkt dat er al jarenlang verschillende hulpverlenende instanties betrokken zijn bij [betrokkene] en er verschillende psychiatrische en psychologische onderzoeken zijn uitgevoerd. Uit de medische stukken blijkt dat [betrokkene] begeleiding nodig heeft. De kantonrechter zal het mentorschap daarom niet opheffen. De vraag die vervolgens voorligt, is wie benoemd moet worden tot mentor.

2.9.

De adoptiefouders van [betrokkene] zijn gescheiden en [betrokkene] woont bij zijn vader. Hierdoor bestaat het risico dat [betrokkene] tussen zijn adoptiefouders komt te staan. Hoewel vader ongetwijfeld het beste voor heeft met [betrokkene], is hij op dit moment niet de meest geschikte persoon om mentor van [betrokkene] te zijn. Als bij zijn verzorging een verschil van inzicht bestaat tussen zijn adoptiefouders, heeft [betrokkene] een onafhankelijke persoon nodig om hem te ondersteunen. Een mentor moet onafhankelijk met [betrokkene] kunnen meedenken, hem ondersteunen in het contact met zorgaanbieders.

2.10.

De ouders en [betrokkene] zijn na de zitting in de gelegenheid gesteld om een mentor voor te dragen. Vader heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Moeder heeft wel een voorstel gedaan, maar de mentor die zij voorstelde bleek niet benoembaar. De rechtbank heeft eerst een mentor benaderd van de door moeder aangewezen organisatie, maar deze mentor heeft geweigerd vanwege de grote afstand tot de woonplaats van [betrokkene].

2.11.

De kantonrechter heeft vervolgens een andere mentor bereid gevonden, namelijk:

[mentor] h.o.d.n. [naam],

(Kvkno. [KvK nummer] ),

Postbus [postbus].

2.12.

De kantonrechter zal de jaarbeloning van de te benoemen mentor, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

2.13.

De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen mentor voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 660,00 (exclusief btw).

2.14.

Het is de kantonrechter gebleken dat vader niet bereid was om mevrouw [mentor] voor haar benoeming te laten kennis maken met [betrokkene]. De kantonrechter wijst er op dat het in het belang van [betrokkene] is als vader zijn medewerking verleent aan het mentorschap. Daarom zal op korte termijn een zitting worden gepland waarvoor vader, moeder en de mentor zullen worden opgeroepen. Hopelijk lukt het voordien om met elkaar in contact te komen, in welk geval de zitting niet hoeft door te gaan.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot opheffing van het mentorschap af;

- ontslaat vader met ingang van de dag na de uitspraak van deze beschikking als mentor;

- benoemt met ingang van de dag na de uitspraak van deze beschikking tot mentor [mentor] h.o.d.n. [naam], voornoemd;

- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.