Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 19 november 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:7469Zaaknummer C/16/583228 / JL RK 24-830

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
C/16/583228 / JL RK 24-830
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Almere
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenen machtiging uithuisplaatsing in een gezinshuis.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis met ingang van 19 november 2024 tot 29 augustus 2025;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salomé als griffier, en op schrift gesteld op 11 december 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Almere

Zaaknummer: C/16/583228 / JL RK 24-830

Datum uitspraak: 19 november 2024

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

REGIECETRUM BESCHERMING EN VEILIGHEID,

gevestigd te Leeuwarden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[vader],

hierna te noemen: de vader,

verblijvende in [verblijfplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 oktober 2024.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 november 2024. Daarbij waren aanwezig: [A] en [B] namens de GI (via een Teams-verbinding). De vader is, ondanks juist opgeroepen, niet verschenen.

2 De feiten

2.1.

De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 juli 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 29 augustus 2025 en een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 29 augustus 2025.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI heeft een gezinshuis gevonden voor [minderjarige] waar zij, als alles goed verloopt, langere tijd kan verblijven. De GI verwacht dat het gezinshuis [minderjarige] de zorg kan bieden die zij nodig heeft. Omdat het pleeggezin een tijdelijke plek was en [minderjarige] op dit moment niet bij de vader kan verblijven, vindt de GI het in het belang van [minderjarige] is dat zij zo snel mogelijk naar het gezinshuis gaat.

4.2.

De vader heeft de GI laten weten dat hij kan instemmen met het verzoek. Hij heeft onlangs kennis gemaakt met het gezinshuis en is van mening dat er niet langer gezocht hoeft te worden naar een alternatief.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding.[_890ed3b8-d481-469b-8d42-d86e53d7678e] [minderjarige] heeft de afgelopen periode verbleven in een pleeggezin in afwachting van een geschikt gezinshuis. Vanaf de plaatsing in het pleeggezin is er gezocht naar een gezinshuis waar [minderjarige] voor langere tijd kan blijven. Inmiddels is er een gezinshuis gevonden. [minderjarige] heeft al kennisgemaakt met de gezinshuisouders. Ook heeft zij een weekend in het gezinshuis gelogeerd om te wennen. Dit is goed gegaan. [minderjarige] wil er graag heen. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat zij, gezien alles wat zij heeft meegemaakt, een stabiele plek heeft waar zij langere tijd kan wonen. Dit kan het gezinshuis waarschijnlijk bieden. Ook kan de hulpverlening van [minderjarige] dan van start gaan. Uiterlijk in januari 2025 zal de traumatherapie beginnen.

Nu het duidelijk is dat [minderjarige] niet bij de vader kan verblijven op dit moment en het verblijf in het pleeggezin maar tijdelijk was, is de kinderrechter van oordeel dat het gezinshuis de juiste plek is voor [minderjarige] om de komende periode te verblijven.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinshuis met ingang van 19 november 2024 tot 29 augustus 2025;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salomé als griffier, en op schrift gesteld op 11 december 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.