Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 4 december 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:6705Zaaknummer 24/3992

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 december 2024
Publicatiedatum
6 januari 2025
Zaaknummer
24/3992
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgtoeslag. Vermogensgrens. Peildatum

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond.

11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2024 door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht
  3. Inleiding
  4. Beslissing
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/3992

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht

(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).

Inleiding

1. Op 11 maart 2023 heeft Dienst Toeslagen aan eiser een voorschot zorgtoeslag van € 1.112,- verleend. Het voorschot is verleend voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.

2. Op 10 januari 2024 heeft verweerder een melding vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI) ontvangen waaruit blijkt dat de rendementsgrondslag over het vermogen van eiser over 2022 € 126.585,- bedraagt.

3. Met het besluit van 9 februari 2024 (het primaire besluit) heeft Dienst Toeslagen de zorgtoeslag over het jaar 2022 definitief op € 0,- berekend en een bedrag van € 1.138,- inclusief € 26,- aan rente, teruggevorderd.

4. Met het besluit van 7 maart 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is Dienst Toeslagen bij dat besluit gebleven.

5. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 4 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van Dienst Toeslagen. Eiser was, zonder bericht van verhindering, niet aanwezig.

6. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk heeft.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

8. Eiser is het niet eens met de vaststelling en terugvordering van de zorgtoeslag over het jaar 2022. Eiser stelt dat hij recht heeft op zorgtoeslag, omdat zijn vermogen op 1 juli 2022 is geslonken tot onder de vermogensgrens.

9. De beroepsgrond slaagt niet. Zorgtoeslag is een inkomensafhankelijke uitkering als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De hoogte van de zorgtoeslag wordt berekend aan de hand van de draagkracht van een belanghebbende. De draagkracht bestaat uit het inkomen en het vermogen van een belanghebbende. De peildatum is vastgesteld op 1 januari van het betreffende toeslagjaar.[_b8841555-424f-41ff-9c48-02b9744e4ffc] Eiser betwist niet dat zijn vermogen op de peildatum boven de vermogensgrens kwam. Dit betekent voor eiser dat hij geen recht heeft op zorgtoeslag. De rechtbank overweegt verder dat de peildatum en de vermogensgrens dwingend wettelijke bepalingen zijn. Er kan alleen afgeweken worden van de vermogensgrens, als de hardheidsclausule dit toestaat.[_f30532be-ae19-489b-9f79-ccc645cd6bea] Dienst Toeslagen heeft in het verweerschrift uitgebreid gemotiveerd waarom in het geval van eiser hiervan niet kan worden afgeweken. De rechtbank ziet geen aanleiding om hierover anders te oordelen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond.

11. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2024 door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.