Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 19 november 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:6330Zaaknummer UTR 24/1882

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 november 2024
Publicatiedatum
3 december 2024
Zaaknummer
UTR 24/1882
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om schadevergoeding. Er is geen publiekrechtelijke grondslag is voor het verstrekken van de door eiser gewenste vergoeding voor rechtsbijstandskosten. In een eerder uitspraak over deze kwestie is ook al geoordeeld dat de bestuursrechter niet bevoegd is.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/1882

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft het college op 23 januari 2024 verzocht om vergoeding van schade, vanwege de kosten van de rechtsbijstand die hij verleent en nog zal verlenen aan een inwoner van de gemeente Amersfoort. Verzoeker verzocht om betaling van € 6.018,- waarbij hij aangaf dat als het college binnen acht weken akkoord zou gaan, hij kon instemmen met een bedrag van € 5.318,-.

2. Het college heeft geweigerd om de door verzoeker gestelde schade te vergoeden.

3. Verzoeker heeft vervolgens de bestuursrechter van de rechtbank verzocht om het college te veroordelen tot schadevergoeding.

Beoordeling door de rechtbank

4. Deze zaak is een vervolg op een eerdere procedure tussen verzoeker en het college, die heeft geleid tot de uitspraak van de rechtbank van 5 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:140. In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen publiekrechtelijke grondslag is voor het verstrekken van de door eiser gewenste vergoeding voor rechtsbijstandskosten en dat dit geschil daarom niet aan de bestuursrechter kan worden voorgelegd.

5. De rechtbank verwijst naar deze eerdere uitspraak en herhaalt dat eiser niet bij de bestuursrechter terecht kan voor een oordeel van de rechter over dit onderwerp. De weg van schadevergoeding via de bestuursrechter staat daarvoor ook niet open, omdat de door eiser gestelde schade niet het gevolg is van een onrechtmatig besluit of een daarmee samenhangende handeling in de zin van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek om schadevergoeding moet als ongegrond worden afgewezen. Dit is zo duidelijk, dat daarvoor geen zitting bij de rechtbank nodig is. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.