Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 oktober 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:6190Zaaknummer 24/5563 UTR

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 oktober 2024
Publicatiedatum
26 november 2024
Zaaknummer
24/5563 UTR
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHT

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 24/5563

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2024 in de zaak tussen

[eiseres], uit [stad] ( [.] ), eiseres,

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),

en

Dienst Toeslagen, verweerder,

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

Op 13 september 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_e9564863-2b78-4b6d-851b-e0ffa817355c]

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_65c14d09-826f-4bc4-b0d4-5bc3e415a6ed] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_06cc833b-5103-4d34-9a6b-d7fb7f2ddf82]

3. In het verweerschrift stelt verweerder dat er geen sprake is van niet tijdig beslissen, omdat de Commissie Werkelijke Schade pas op 12 september 2024 het verzoek om aanvullende schadevergoeding heeft ontvangen. De ontvangstbevestiging is door verweerder meegestuurd. Deze stukken zijn aan eiseres doorgestuurd en eiseres heeft niet gereageerd op verweerders standpunt.

4. De rechtbank volgt verweerder in zijn weergave van de feiten. De beslistermijn is daarom naar het oordeel van de rechtbank nog niet verstreken. Eiseres stelt weliswaar in haar beroepschrift dat het voorlopig bezwaarschrift van 1 september 2022 tegen de definitieve compensatiebeschikking van 21 juli 2022 dient te worden aangemerkt als een verzoek om aanvullende schadevergoeding, omdat ze daarin heeft verzocht om de kwestie voor te leggen aan de Commissie Werkelijke Schade, maar daarmee heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij zich op 1 september 2022 daadwerkelijk zelf heeft gemeld bij de Commissie Werkelijke Schade of dat haar aanmelding eerder dan verweerder stelt is geregistreerd. Aanmelding geschiedt immers door een Verzoekformulier in te vullen en te verzenden naar het juiste adres.

5. Uit het voorgaande volgt dat het beroep niet voldoet aan de vereisten.[_f1a07e34-d882-4936-a693-5d36818156f6] Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

6. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.