Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 9 september 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:5531Zaaknummer 24/524
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 9 september 2024
- Publicatiedatum
- 11 oktober 2024
- Zaaknummer
- 24/524
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bezwaar van eiser is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het besluit tot het verlenen van een evenementenvergunning. Beroep buiten zitting ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2024.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/524
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 11 januari 2024.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. Dit verzoek wordt toegewezen, omdat hij niet beschikt over de benodigde middelen om het griffierecht te betalen.
3. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 augustus 2023 waarbij een evenementenvergunning is verleend voor het evenement ‘Concours d’Elegance’ in de tuinen van [locatie] in [plaats 2]. Dit evenement heeft plaatsgevonden op 1, 2 en 3 september 2023.
4. Eiser, die in Malta woont en op het moment van het bezwaar in Arnhem verbleef, heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Hij heeft volgens het college geen voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit van 15 augustus 2023.
5. De rechtbank geeft het college hierin gelijk. In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit.
6. Eiser woont en verblijft niet in de buurt van [locatie] en heeft dan ook geen gevolgen ondervonden van het evenement. Dat hij zichzelf beschouwt als een voorvechter van flora en fauna en stelt dat er de flora- en faunabelangen in geding zijn, maakt dat niet anders. Eiser onderscheidt zich op geen enkele manier van anderen. Hij is daarom geen belanghebbende bij het besluit tot vergunningverlening. Het college heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
7. Het beroep van eiser is kennelijk ongegrond. Er bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van kosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2024.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.