Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 29 juli 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:5526Zaaknummer 23/4476

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29 juli 2024
Publicatiedatum
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/4476
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel de maatregel die aan eiser is opgelegd geen bestuursrechtelijk besluit is. Er is niet voldaan aan de definitie van artikel 1:3 van de Awb. Er is sprake van een ordemaatregel in het kader van het civiele recht. De maatregel is niet op een publiekrechtelijke bevoegdheid gebaseerd en daarom geen publiekrechtelijke rechtshandeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/4476

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: mr. E.M Oskam).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het college van 4 augustus 2023.

1.1.

Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Op 4 augustus 2023 heeft het college aan eiser de (contact-)maatregel opgelegd dat hij voor de duur van een half jaar alleen via een bepaald e-mail adres mag mailen, vragen mag stellen via een genoemd e-formulier en niet meer dan 3 Woo-verzoeken per maand mag indienen. Hierbij is aangegeven dat hij tegen het opleggen van de maatregel geen bezwaar kan maken.

3. Eiser vindt de maatregel onterecht omdat hij geen misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om vragen te stellen.

4. De rechtbank overweegt dat de vraag centraal staat of de maatregel al dan niet is aan te merken als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Als dat niet zo is staan daar geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen tegen open.

5. Een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

De rechtbank is van oordeel dat niet aan deze definitie van artikel 1:3 van de Awb is voldaan. Er is sprake van een ordemaatregel in het kader van het civiele recht. De maatregel is niet op een publiekrechtelijke bevoegdheid gebaseerd en daarom geen publiekrechtelijke rechtshandeling. Ook de beperking van het maximum aantal verzoeken per maand berust niet op een publiekrechtelijke bevoegdheid.

Nu er geen sprake was van een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb, is de bestuursrechter niet bevoegd kennis te nemen van het ingediende beroep en zal zij zich niet bevoegd verklaren. Er is geen reden voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.