Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 8 maart 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:3364Zaaknummer 23_3247

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
13 juni 2024
Zaaknummer
23_3247
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig is niet-ontvankelijk. Er is al eerder op beroepen van eiseres beslist en het was haar dus duidelijk dat zij geen aanspraak had op een noodvoorziening.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit Suriname, eiseres
  2. Belastingdienst/Toeslagen, kantoor [plaats]
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/3247

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Suriname, eiseres

(gemachtigde: M.C. Neslo),

en

Belastingdienst/Toeslagen, kantoor [plaats]

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 28 februari 2022 om een noodvoorziening in verband met haar eerdere verzoek om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het door haar te betalen griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding dit toe te wijzen.

3. Eiseres heeft op 28 februari 2022 om een noodvoorziening verzocht. Dit verzoek hield verband met haar eerdere verzoek om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 22 december 2020. Eiseres heeft de Belastingdienst/Toeslagen op 27 juli 2022 in gebreke gesteld, omdat er volgens haar nog niet op het verzoek om het toekennen van een noodvoorziening was beslist.

4. De rechtbank stelt vast dat eiseres al eerder beroep tegen het niet-tijdig beslissen op ditzelfde verzoek heeft ingediend bij de rechtbank. Dat beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de Belastingdienst/Toeslagen op 28 april 2022 al heeft beslist op het verzoek om herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Eiseres was er dus met ingang van die datum van op de hoogte dat zij geen recht had op tegemoetkoming of compensatie. Dit betekent dat eiseres met ingang van die datum ook wist of had kunnen weten dat zij geen recht zou hebben op een noodvoorziening vooruitlopend op de toekenning van een tegemoetkoming of compensatie. Dit brengt met zich dat eiseres de Belastingdienst/Toeslagen op 27 juli 2022 ten onrechte in gebreke heeft gesteld. De rechtbank heeft dit alles al overwogen in de uitspraak van 11 oktober 2023 met nummer UTR 22/4035.

5. Omdat er al is beslist op het beroep niet-tijdig van eiseres, ontbreekt een procesbelang bij dit beroep. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.