Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:3357Zaaknummer 23/76

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
12 juni 2024
Zaaknummer
23/76
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig is niet-ontvankelijk, omdat eiser verweerder niet voor het indienen van het bnt in gebreke heeft gesteld.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Overwegingen
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/76

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de Minister van voor Rechtsbescherming, verweerder

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 14 maart 2022 om informatie over de verwerking van persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Op 5 april 2023 heeft verweerder met een brief gereageerd op dit beroep.

Eiser heeft met verschillende brieven gereageerd op het verweerschrift.

Overwegingen

  • Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht, omdat hij dat niet kan betalen. Dit verzoek wordt toegewezen.
  • De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_f7fb5371-7679-498f-98b1-ee96e9846bb9]

3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_3ec5c7e6-501b-4b44-9f61-24b29407426b] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_c499ca46-3512-4c9f-9625-6d124f0e4496]

4. De rechtbank heeft eiser in een brief van 18 januari 2023 verzocht om de ingebrekestelling over te leggen die hij aan verweerder heeft gestuurd. Eiser heeft hierop gereageerd met een brief van 16 februari 2023, waarin hij zegt dat hij is vergeten verweerder in gebreke te stellen. Hij heeft verweerder alsnog gemaild op 25 januari 2023 en verweerder in die e-mail bericht dat hij in gebreke is.

5. Dit is te laat. Een ingebrekestelling moet worden ingediend bij het bestuursorgaan voordat het beroep wordt ingesteld. Eiser heeft weliswaar op 2 december 2022 een brief aan verweerder verstuurd, waarin hij stelt dat verweerder dwangsommen aan hem is verschuldigd, maar dat geldt niet als ingebrekestelling. Verweerder heeft deze brief ook niet zo begrepen. Dat blijkt uit de reactie van 5 april 2023. Het is verweerder niet duidelijk waar het beroep van eiser over gaat. Verlangd mag echter worden dat een ingebrekestelling zonder meer duidelijk maakt op welke aanvraag/verzoek beslist moet worden. Dat blijkt in dit geval dus niet.

6. Omdat eiser verweerder niet op tijd in gebreke heeft gesteld, is het beroep niet-ontvankelijk. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2024.

(De griffier is verhinderd de uitspraak

mede te ondertekenen).

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.