Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 mei 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:3111Zaaknummer UTR 23/4466
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 mei 2024
- Publicatiedatum
- 11 juni 2024
- Zaaknummer
- UTR 23/4466
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het beroep dat eiser heeft ingediend gaat over een gratieverzoek van een strafrechtelijke beslissing. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd om daarvan kennis te nemen.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
14 mei 2024.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4466
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
de Minister voor Rechtsbescherming.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 24 augustus 2023.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft op 14 juli 2023 gratieverzoek ingediend voor een geldboete van €250,-. Verweerder heeft aangegeven dat hij het verzoek niet kan behandelen. Gratie van een geldboete kan namelijk alleen als de geldboete hoger is dan € 350,-. Hier is eiser het niet mee eens, daarom heeft hij beroep ingesteld.
3. Uit artikel 8:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van de Awb, vloeit voort dat alleen beroep kan worden ingediend tegen een besluit. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald wat een besluit is, namelijk een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Uit artikel 1:6 van de Awb volgt dat de Awb niet van toepassing is op besluiten omtrent de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Daar vallen ook besluiten over gratieverzoeken van strafrechtelijke beslissingen onder.
4. De rechtbank overweegt dat eiser een strafbeschikking heeft gehad wegens overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. De geldboete van € 250,- is derhalve een strafrechtelijke beslissing. Het gratieverzoek dat eiser heeft ingediend ziet ook op die beslissing. De bestuursrechter is daarom kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroepschrift.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
14 mei 2024.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.