Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 15 maart 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:1684Zaaknummer 571173 / HA RK 24-39

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15 maart 2024
Publicatiedatum
18 maart 2024
Zaaknummer
571173 / HA RK 24-39
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Buiten zitting beslissing: verzoekster is niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek aangezien het wrakingsverzoek niet is ondertekend door een advocaat (zie 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank). De wrakingskamer heeft verzoekster tweemaal een termijn gegund dit verzuim te herstellen en heeft haar erop gewezen dat het wrakingsverzoek anders niet-ontvankelijk wordt verklaard. Verzoekster heeft echter niet binnen de gestelde termijn alsnog een wrakingsverzoek ingediend dat is ondertekend door een advocaat.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;

3.3.

bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer C/16/566172/FO RK 23/1396 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. C.P. Lunter en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

Beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer: 571173 / HA RK 24-39

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 15 maart 2024

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

(hierna: verzoekster).

1 De procedure

1.1.

De wrakingskamer heeft op 28 februari 2024 een wrakingsverzoek ontvangen van verzoekster gericht tegen mr. M.W.V. van Duursen (hierna: de rechter) in de zaak met kenmerk C/16/566172/FO RK 23/1396 (hierna: de hoofdzaak).

1.2.

Direct na ontvangst van het wrakingsverzoek heeft de wrakingskamer verzoekster er per brief op gewezen dat het wrakingsverzoek (mede) door een advocaat moet worden ondertekend omdat in de hoofdzaak sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging. Verzoekster heeft tot en met 6 maart 2024 de tijd gekregen het verzuim te herstellen. Daarbij is medegedeeld dat het wrakingsverzoek anders niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

1.3.

Op 5 maart 2024 heeft de wrakingskamer per e-mail een verzoek om uitstel ontvangen van verzoekster omdat haar raadsvrouw in de hoofdzaak, mr. V.N. Sakkers, het wrakingsverzoek niet wenste te ondertekenen. De wrakingskamer heeft dit uitstelverzoek op 6 maart 2024 afgewezen omdat de omstandigheid dat de (toenmalige) advocaat van verzoekster het wrakingsverzoek niet wilde ondertekenen onvoldoende was om uitstel van de termijn te verlenen.

1.4.

Op 6 maart 2024 heeft verzoekster opnieuw om uitstel verzocht. Verzoekster heeft aangevoerd dat mr. Sakkers haar het advies heeft gegeven de wrakingskamer nogmaals om uitstel te vragen zodat verzoekster het wrakingsverzoek kon laten onderteken door een andere advocaat. De wrakingskamer heeft verzoekster op 6 maart 2024 uitstel verleend tot uiterlijk 13 maart 2024 om het wrakingsverzoek door een andere advocaat te laten ondertekenen.

1.5.

De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

1.6.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

De wrakingskamer stelt vast dat in de hoofdzaak van verzoekster verplichte procesvertegenwoordiging geldt. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat vereist (zie 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank). Dit betekent dat verzoekster alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen.

2.2.

Het verzoek tot wraking dat op 28 februari 2024 is ontvangen door de wrakingskamer is niet ondertekend door een advocaat. De wrakingskamer heeft verzoekster twee maal een termijn gegund dit verzuim te herstellen en heeft haar er op gewezen dat het wrakingsverzoek anders niet-ontvankelijk wordt verklaard. Verzoekster heeft echter niet binnen de gestelde termijn alsnog een wrakingsverzoek ingediend dat is ondertekend door een advocaat.

2.3.

Omdat het wrakingsverzoek niet is ondertekend door een advocaat, is verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.

2.4.

Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid hoeft er geen mondelinge behandeling plaats te vinden.[_b5b7a08c-a5e6-4eff-8854-2a20475dcc71]

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;

3.3.

bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer C/16/566172/FO RK 23/1396 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. C.P. Lunter en mr. M.M. Janssen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.