Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 5 februari 2024

ECLI:NL:RBMNE:2024:1396Zaaknummer 23/2948-V

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 februari 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
23/2948-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Kan niet aangetoond worden dat er een niet-thuis briefje is achtergelaten. Gelijk betaald nadat nota per reguliere post is aangeboden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2024.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [opposant] , te [woonplaats] , opposant.
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/2948-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2024 op het verzet van

[opposant] , te [woonplaats] , opposant.

Procesverloop

Opposant heeft beroep ingediend tegen het niet op tijd nemen van beslissing met betrekking tot zijn Woo-verzoek.

In de uitspraak van 22 september 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 22 september 2023 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. In deze verzetprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 22 september 2023 in stand kan blijven. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo nee, dan is het verzet gegrond en vervalt de eerdere uitspraak.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 22 september 2023 niet juist. Opposant betwist namelijk dat hij de aangetekende nota voor het griffierecht heeft ontvangen. Ook is er bij hem geen “niet-thuis bericht” achtergelaten. Het is volgens hem ook onwaarschijnlijk dat het niet-thuis bericht wel in de brievenbus is gedaan, maar tussen andere post is zoekgeraakt. Opposant heeft namelijk een “Nee-Nee-sticker”. Daardoor ontvangt hij nauwelijks nog post. Hij heeft ook direct nadat hij de per reguliere post verzonden nota heeft ontvangen, het griffierecht alsnog betaald.

4. De rechtbank is het eens met opposant. De recente problemen omtrent de bezorging van aangetekende post door PostNL, in combinatie met de door opposant gegeven toelichting, zorgen ervoor dat de rechtbank er niet zeker van kan zijn dat de griffierechtnota daadwerkelijk is bezorgd. Dit dus in weerwil van de vermelding op de zogenoemde Track & Trace van PostNL. Daarnaast is de griffierechtnota op 28 augustus 2023 per reguliere post nagezonden en heeft opposant op 30 augustus 2023 alsnog betaald.

5. Dit betekent dat het verzet gegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 22 september 2023 vervalt. Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten. Opposant krijgt over de verdere behandeling nog bericht.

6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2024.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.