Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 19 februari 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:1246Zaaknummer UTR 23/5837
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 19 februari 2024
- Publicatiedatum
- 22 maart 2024
- Zaaknummer
- UTR 23/5837
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
proceskostenvergoeding nadat verweerder met zijn besluit tegemoet is gekomen aan bezwaar van verzoeker.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoeker;
- bepaalt dat verweerder het voor deze procedure betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoeker vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5837
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. F.J.P.F. Klous).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van verweerder van 27 november 2023. Verzoeker had hiertegen bezwaar gemaakt.
Hij heeft het verzoek ingetrokken, omdat verweerder op 12 december 2023 beslist heeft op zijn bezwaar en daarin heeft besloten tot afgifte van een tewerkstellingsvergunning geldig van 17 december 2023 tot 23 maart 2024.
Verweerder heeft de rechtbank in een brief van 6 december 2023 meegedeeld proceskosten en (eventueel) betaald griffierecht te zullen vergoeden.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_53fb6f13-884a-4d60-af06-4f5427148c6e]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_451aaca6-57a2-4560-9cad-ae98dbd3f809]
4. Verweerder is met de beslissing op bezwaar van 12 december 2023 aan verzoeker tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.[_76051071-2adf-45e4-8849-e55490859a5e] Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.[_a28e7e3b-a83c-4b82-8a8f-899f6710b229] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.
Er is de rechtbank niet gebleken van een bijzondere omstandigheid. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe.
5. Verweerder heeft al beslist over de proceskosten voor het indienen van een bezwaarschrift door de gemachtigde van verzoeker en heeft een bedrag van € 597,- daarvoor toegekend. De rechtbank zal zich hier dan ook verder niet over uitlaten.
De gemachtigde van verzoeker heeft daarnaast een verzoekschrift ingediend. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 875,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die verweerder nog moet vergoeden € 875,- bedragen.
Met betrekking tot de vergoeding van het voor deze procedure betaalde griffierecht van
€ 187,-) ziet de voorzieningenrechter aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:82, vijfde lid, van de Awb en te bepalen dat verweerder dit griffierecht geheel aan verzoeker dient te vergoeden.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht moet vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan verzoeker;
- bepaalt dat verweerder het voor deze procedure betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoeker vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.