Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 22 september 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:5089Zaaknummer 16-116820-20 (ontneming)
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 22 september 2023
- Publicatiedatum
- 28 december 2023
- Zaaknummer
- 16-116820-20 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. van Woudenberg, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en N.M.H. van Ek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2023.
Mr. N. Hekker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.116820.20 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[betrokkene],
geboren op [1986] te [geboorteplaats] (Duitsland)
wonende aan de [woonadres] [woonplaats] te België,
hierna te noemen: [betrokkene].
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 september 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. M. Martherus en van hetgeen [betrokkene] en zijn raadsvrouw mr. C. van Oort, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.
2 DE VORDERING
De vordering tot ontneming van 23 juni 2023 strekt ertoe dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, en veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, in de vordering begroot op € 252.278,00.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft - gelet op de gevraagde vrijspraak voor de feiten waarop deze ontnemingsvordering ziet – verzocht de vordering tot ontneming af te wijzen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft – gelet op de bepleite vrijspraak voor de feiten waarop deze ontnemingsvordering ziet – aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.
3 BEOORDELING VAN DE VORDERING
De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
[betrokkene] is bij vonnis van 22 september 2023 vrijgesproken van het feit waarop deze ontnemingsvordering ziet. Nu daarmee geen sprake is van een veroordeling, zoals is vereist op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, kan het Openbaar Ministerie niet worden ontvangen in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank zal de officier van justitie dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. van Woudenberg, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en N.M.H. van Ek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2023.
Mr. N. Hekker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.