Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Midden-Nederland, 12 september 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:4974Zaaknummer 562487 KG ZA 23-479
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 september 2023
- Publicatiedatum
- 26 september 2023
- Zaaknummer
- 562487 KG ZA 23-479
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding. Opheffen van beslag op een woning. Vordering is afgewezen omdat met de door gedaagde getekende roymentsvolmacht aan de notaris, de geplande levering van de woning door kan gaan.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vorderingen af,
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. J.G. van Ommeren op 12 september 2023, en daar is dit proces-verbaal van opgemaakt.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/562487 / KG ZA 23-479
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in het kort geding van 12 september 2023
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. J.B. Streefkerk,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. R.L.J. Woesthoff.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 13
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 4 - de mondelinge behandeling van 12 september 2023, waarvan aantekeningen zijn gemaakt.
Op 12 september heeft mr. J.G. van Ommeren, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G. Delissen, griffier, een mondelinge behandeling gehouden. Daarbij was namens [eiseres] aanwezig advocaat mr. J.B. Streefkerk. Verder was aanwezig de heer [gedaagde].
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de motivering van de beslissing zijn hierna onder 3 en 4 weergegeven. Voor de duidelijkheid is in dit proces-verbaal onder 2 toegevoegd waar de zaak over gaat
2 De kern van de zaak
Partijen zijn gehuwd geweest en zijn sinds hun scheiding in gerechtelijke procedures verwikkeld. Op 20 mei 2021 heeft [gedaagde] beslag gelegd op de voormalige echtelijke woning aan de [adres] in [plaats 1]. Deze woning is bij beschikking van 11 januari 2023 aan [eiseres] toebedeeld. [eiseres] heeft de woning inmiddels verkocht en de levering daarvan is gepland op 15 september 2023. [notariskantoor] in [plaats 2] zal de levering van de woning verzorgen. [gedaagde] heeft door deze zelfde notaris een royementsvolmacht laten opstellen. Daarin geeft hij de notaris een onherroepelijke volmacht om namens hem in een akte te verklaren dat het beslag op de woning waardeloos is. In deze volmacht is ook een opschortende voorwaarde opgenomen. Volgens [eiseres] staat deze opschortende voorwaarde aan de levering van de woning in de weg. Daarom vordert is zij dit kort geding gestart, waarin zij opheffing van het beslag vordert.
3 De beoordeling
Partijen hebben in het kort geding vonnis van 12 april 2023 afspraken laten vastleggen. Die afspraken - voor zover relevant- luiden als volgt:
“De woning aan de [adres] in [plaats 1] staat te koop. De man heeft conservatoir beslag op de woning laten leggen. Hij zal de opdracht geven dit beslag op te heffen zodra de leveringsakte door de notaris is opgesteld.
Als de woning is geleverd aan de koper(s) zal de vrouw het bedrag dat zij vanwege de verrekenvordering aan de man moet betalen in één keer voldoen.”
Tussen partijen is niet in geschil dat op dit moment het bedrag dat [eiseres] aan [gedaagde] vanwege de verrekenvordering moet voldoen € 215.200,- bedraagt.
Op 2 augustus 2023 is een leveringsakte opgesteld (productie 9 bij de dagvaarding). Inmiddels is er ook contact geweest tussen (de advocaat van) [gedaagde] en de notaris die de leveringsakte heeft opgesteld om de opheffing van het beslag op de verkochte woning te bespreken (productie 13 bij de dagvaarding). De notaris heeft daarbij drie opties voorgelegd. [gedaagde] heeft gekozen voor optie 3, te weten ‘ons kantoor maakt een royementsakte die de heer [gedaagde] vóór 15 september a.s. moet hebben ondertekend (met gelegaliseerde handtekening)’ Tijdens de zitting is telefonisch contact opgenomen met notaris [A] van [notariskantoor]. Dat gesprek was voor alle aanwezigen hoorbaar. De notaris heeft daarin bevestigd dat de levering van de woning aanstaande vrijdag plaats kan vinden met de royementsakte in zijn huidige vorm. De voorzieningenrechter volgt [eiseres] dan ook niet in haar standpunt dat [gedaagde] weigert het beslag op te heffen door niet in te gaan op de drie opties die de notaris hem diverse keren zou hebben voorgehouden. Daarom worden zowel de primaire als de subsidiaire vordering van [eiseres] afgewezen.
De proceskosten
Omdat tussen partijen een familierechtelijke relatie heeft bestaan, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vorderingen af,
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter mr. J.G. van Ommeren op 12 september 2023, en daar is dit proces-verbaal van opgemaakt.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.