Uitspraak · Arbeidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 15 september 2023

ECLI:NL:RBMNE:2023:4712Zaaknummer 10570058 \ UE VERZ 23-179

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
10570058 \ UE VERZ 23-179
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Transitievergoeding nadat werkgever de arbeidsovereenkomst na verkregen ontslagvergunning had opgezegd. Geen verweer. Kantonrechter wijst door ex-werknemer verzochte transitievergoeding en wettelijke rente toe.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [verweerster] om aan [verzoeker] binnen twee weken na deze beschikking een transitievergoeding van € 29.612,86 bruto te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juni 2023 tot de voldoening;

5.2.

veroordeelt [verweerster] in de proceskosten aan de zijde van [verzoeker], tot deze beschikking begroot op € 615,00, waarvan € 529,00 aan salaris gemachtigde.

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte;

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Slootweg, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 10570058 UE VERZ 23-179 SV/40160

Beschikking van 15 september 2023

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen: [verzoeker],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. A.J. Butter,

tegen:

de besloten vennootschap

[verweerster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen: [verweerster],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. J.W.A. Wijsman.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van [verzoeker], ter griffie ingekomen op 22 juni 2023, en de mondelinge behandeling op 25 augustus 2023.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling werd [verweerster] vertegenwoordigd door [A], gevolmachtigde, bijgestaan door mr. Wijsman, de gemachtigde. [verzoeker] was niet aanwezig. Zijn gemachtigde, mr. Butter, heeft telefonisch (via de luidspreker) – met toestemming van [verweerster] – deelgenomen aan de mondelinge behandeling. De griffier heeft daarvan aantekening gehouden.

1.3.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is sinds 1 januari 1993 in dienst van (de rechtsvoorgangster van) [verweerster], laatstelijk als chef kok. De arbeidsovereenkomst geldt als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Het loon van [verzoeker] bedraagt € 2.711,80 bruto per maand.

2.2.

[verweerster] heeft de bedrijfsactiviteiten in december 2021/januari 2022 beëindigd.

2.3.

Op 27 januari 2023 heeft [verweerster], na een daartoe verkregen ontslagvergunning, de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd per 1 mei 2023.

2.4.

[verzoeker] heeft [verweerster] op 5 mei 2023 verzocht om de transitievergoeding uit te betalen. Omdat [verweerster] daarna geen transitievergoeding heeft betaald, heeft [verzoeker] een verzoekschrift ingediend.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt te bepalen dat [verweerster] aan [verzoeker] binnen 2 weken na de in deze te wijzen beschikking dient te betalen € 29.612,86 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2023 tot de datum waarop volledige betaling heeft plaatsgevonden, met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.

3.2.

[verzoeker] voert daartoe aan dat bij het overeengekomen loon en de datum van indiensttreding de transitievergoeding € 29.612,86 bruto bedraagt. Daarnaast maakt hij aanspraak op de wettelijke rente vanaf 1 juni 2023 tot het moment waarop de transitievergoeding volledig is voldaan.

3.3.

[verweerster] voert geen verweer. Zij stelt dat het verzoek kan worden toegewezen.

4 De beoordeling

4.1.

Nu het verzoek op zich toewijsbaar is en [verweerster] heeft laten weten dat zij geen verweer voert, kan het verzoek worden toegewezen. De kantonrechter zal daarom bepalen dat [verweerster] aan [verzoeker] een transitievergoeding is verschuldigd van € 29.612,86 bruto. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding zal ook worden toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, zoals bepaald in artikel 7:686a lid 2, tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek. Nu de arbeidsovereenkomst op 30 april 2023 door opzegging van [verweerster] is geëindigd, is over de transitievergoeding vanaf 1 juni 2023 wettelijke rente verschuldigd.

4.2.

[verweerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op:

- griffierecht € 86,00

- salaris gemachtigde € 529,00 (tarief overeenkomstig eenvoudig kanton kort

geding)

Totaal € 615,00

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [verweerster] om aan [verzoeker] binnen twee weken na deze beschikking een transitievergoeding van € 29.612,86 bruto te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juni 2023 tot de voldoening;

5.2.

veroordeelt [verweerster] in de proceskosten aan de zijde van [verzoeker], tot deze beschikking begroot op € 615,00, waarvan € 529,00 aan salaris gemachtigde.

5.3.

wijst af het meer of anders verzochte;

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Slootweg, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.