Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 31 augustus 2023

ECLI:NL:RBMNE:2023:4635Zaaknummer UTR 23/1890

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31 augustus 2023
Publicatiedatum
22 september 2023
Zaaknummer
UTR 23/1890
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Werkloosheidswet, betalingsonmacht werkgever. Onaannemelijk dat eiseres bij de failliete werkgever heeft gewerkt. Geen voortvarend handelen m.b.t. de gestelde loonvordering.

Conclusie en gevolgen

4. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering wegens betalingsonmacht van [werkgever] B.V. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het Uwv hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2023 door

mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.

de griffier is verhinderd om het

proces-verbaal te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beslissing
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Lelystad

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/1890

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Karami)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. J.R. Staarthof)

Inleiding

De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) in verband met de betalingsonmacht van [werkgever] B.V.

Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 1 juni 2022 (het primaire besluit) afgewezen, omdat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij werkzaam is geweest bij [werkgever] B.V. Met het bestreden besluit van 15 februari 2023 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de afwijzing van deze aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op 31 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. A. Azauiyat als waarnemer van de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.

Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan, waarbij is gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres is van mening dat zij recht heeft op een WW-uitkering in verband met de betalingsonmacht van [werkgever] B.V., omdat zij daar werkzaam is geweest. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst eiseres naar haar belgeschiedenis, verschillende berichten en WhatsAppgesprekken van en met collega’s, een verklaring van een collega en foto’s.

2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met haar overgelegde stukken geen objectieve en controleerbare gegevens overgelegd die aannemelijk maken dat zij werkzaam is geweest bij [werkgever] B.V. De verklaringen, de gesprekken en de foto’s zijn onvoldoende en hieruit is niet duidelijk af te leiden dat sprake was van een arbeidsovereenkomst.

3. Ook wanneer sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst, is de rechtbank van oordeel dat eiseres onvoldoende voortvarend is geweest en daarom ook geen recht heeft op een WW-uitkering. Uit de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep[_da356bea-f165-4d5e-8f84-3eca70aed21e] volgt dat een werknemer geen recht heeft op een WW-uitkering indien de werknemer de loonvordering geldend had kunnen maken toen de werkgever nog niet in betalingsonmacht verkeerde. Volgens eiseres heeft zij vanaf 1 april 2021 tot en met 30 september 2021 bij [werkgever] B.V. gewerkt. [werkgever] B.V. is op 15 februari 2022 failliet verklaard. Eiseres stelt dat zij voor het faillissement telefonisch en mondeling heeft geprobeerd afspraken te maken over de loonbetaling. Zij vertrouwde erop dat het goed zou komen en heeft daarom geen verdere stappen ondernomen. Uit de beschikbare stukken is niet gebleken dat eiseres tijdig, voldoende voortvarend en gericht actie heeft ondernomen om [werkgever] B.V. ertoe te brengen de loonvordering alsnog te voldoen.

Conclusie en gevolgen

4. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een WW-uitkering wegens betalingsonmacht van [werkgever] B.V. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het Uwv hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2023 door

mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier.

de griffier is verhinderd om het

proces-verbaal te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.