Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 24 augustus 2023

ECLI:NL:RBMNE:2023:4404Zaaknummer UTR 23/2643

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 augustus 2023
Publicatiedatum
30 augustus 2023
Zaaknummer
UTR 23/2643
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van verzoekers keuringsbevoegdheid voor het verrichten van Apk-keuringen is niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet is betaald. Bovendien blijkt uit verzoekers verklaring dat hij geen spoedeisend belang meer heeft, omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid voorbij is.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2023.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/2643

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 augustus 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de Algemeen Directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Thomas).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de intrekking van verzoekers keuringsbevoegdheid voor het verrichten van Apk-keuringen van voertuigen tot en met 3500 kg voor de duur van zes weken.

Op 23 mei 2023 ontvangt verzoeker een beslissing op zijn bezwaar waarin staat dat in het primaire besluit van 20 april 2023 stond dat zijn keuringsbevoegdheid voor de duur van vier weken wordt ingetrokken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Daarnaast volgt uit dit besluit dat verzoekers bezwaar wordt ongegrond verklaard.

Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 meldt verweerder dat het besluit van 23 mei 2023 onjuistheden bevat en dat het wordt ingetrokken. Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 blijft verweerder de intrekking van verzoekers keuringsbevoegdheid voor de duur van zes weken.

Verzoeker heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Verzoeker is – zonder bericht – niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoeker is niet op de zitting van 8 augustus 2023 verschenen. Uit de verzendadministratie van de rechtbank blijkt dat verzoeker op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd, maar dat verzoeker de uitnodiging (die per aangetekende post is verstuurd) niet afgehaald heeft op zijn afhaallocatie. De rechtbank heeft daarom contact opgenomen met verzoeker. Verzoeker heeft telefonisch medegedeeld dat hij zijn verzoek wilde intrekken omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid inmiddels voorbij was. Ook verklaarde verzoeker aan dat hij zijn griffierecht niet heeft betaald zodat de zaak niet behandeld zou worden. Ondanks de toezegging van verzoeker dat hij zijn verzoek om een voorlopige voorziening schriftelijk zou intrekken, heeft de rechtbank dit niet ontvangen.

2. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht door verzoeker niet is betaald. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen.[_5d89c4db-7a04-40c1-83a3-78aa0f0adb91] Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Gelet op de uitleg van verzoeker is het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar. Bovendien blijkt uit verzoekers verklaring dat hij geen spoedeisend belang meer heeft, omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid voorbij is.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2023.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.