Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 21 juli 2023

ECLI:NL:RBMNE:2023:3801Zaaknummer UTR 23/100

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21 juli 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
UTR 23/100
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rijverbod opgelegd door RDW voor snorscooter wegens overschrijding maximum constructiesnelheid. Het beroep is ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het verbod in stand blijft zolang eiser zijn snorscooter niet heeft laten herkeuren en de snorscooter weer is goedgekeurd.

6. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.

7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beslissing
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/100

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de directie van de Dienst Wegverkeer (RDW), verweerder

(gemachtigde: mr. S.C. van Bergen).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het verbod voor rijden over de weg van zijn snorscooter met kenteken [kenteken].

Met het bestreden besluit van 14 december 2022 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.

Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 21 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn partner en de gemachtigde van verweerder.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

  • Op 27 oktober 2022 heeft de politie-eenheid Midden-Nederland de snorscooter van eiser gecontroleerd. De politie heeft geconstateerd dat er sprake is van een overschrijding van de maximumconstructiesnelheid met 1 km/u. De politie heeft diezelfde dag aan verweerder een melding gedaan tot plaatsing van het signaal “wachten op keuring” in het kentekenregister. Bij besluit van 29 oktober 2022 heeft verweerder een verbod voor het rijden op de weg opgelegd voor de snorscooter van eiser op grond van artikelen 48 en 51a van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en artikel 38 van het Kentekenreglement.
  • Omdat de maximumconstructiesnelheid is overschreden heeft de RDW terecht een rijverbod opgelegd voor de snorscooter. Dat de snorscooter mogelijk harder is gaan lopen als gevolg van slijtage van de varioring, zoals eiser stelt, is niet relevant. De politie heeft vastgesteld dat de snorscooter de maximumconstructiesnelheid overschrijdt en dat is voldoende om een verbod op te leggen. De oorzaak daarvan doet er niet toe.
  • Ook de handelwijze van de politie tijdens de controle kan niet afdoen aan het besluit. Niet gebleken is dat de controle onjuist is uitgevoerd. Eiser stelt dat de snorscooter door zijn gewicht niet harder kan rijden dan is toegestaan en dat de test anders zou zijn uitgevallen als de maximumsnelheid was gemeten rekening houdend met zijn gewicht. De politie heeft de maximumconstructiesnelheid echter terecht gemeten zonder rekening te houden met het daadwerkelijke gewicht van eiser.[_1b772e79-79d6-4160-b85b-be0e77b19fb0] Als eiser klachten heeft over de bejegening door de politie, moet hij zich daarmee tot de politie wenden. Hetzelfde geldt voor eisers klachten over de gemeente Amersfoort, die volgens hem alle snorscooters van de weg wil halen. Dit staat helemaal los van het door de RDW genomen besluit en kan daar niets aan veranderen.

4. Eiser heeft tot slot opgemerkt dat in het verleden ontheffingen zijn verleend in dit soort specifieke gevallen. Dit is een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Dit beroep kan echter niet slagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een gelijk geval.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het verbod in stand blijft zolang eiser zijn snorscooter niet heeft laten herkeuren en de snorscooter weer is goedgekeurd.

6. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.

7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.