Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 4 juli 2023

ECLI:NL:RBMNE:2023:3595Zaaknummer C/16/557246 / JL RK 23-372

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
C/16/557246 / JL RK 23-372
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Lelystad
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Intrekken ots door de Raad na het horen van vader.

De rechtbank:

wijst het verzoek tot de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2023 door mr. M.M. Janssen – Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh als griffier, en op schrift gesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beschikking over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
  2. Het procesverloop
  3. De standpunten
  4. De beoordeling
  5. De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Lelystad

Zaaknummer: C/16/557246 / JL RK 23-372

Datum uitspraak: 4 juli 2023

Beschikking over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

locatie [locatie 1], hierna te noemen: de Raad,

betreffende

[minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige (voornaam)].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1],

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats 1],

[belanghebbende 2],

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats 2].

De kinderrechter merkt als informant aan:

SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND,

locatie [locatie 2], hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

Het procesverloop

De kinderrechter heeft op 8 juni 2023 de zaak aangehouden.

De kinderrechter heeft naderhand kennisgenomen van een brief van de Raad van 12 juni 2023, ingekomen bij de griffie op 12 juni 2023.

Op 4 juli 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren verder behandeld.

Verschenen zijn:- de vader;- mevrouw [A], namens de Raad;- de heer [B], namens de GI.

Hoewel behoorlijk opgeroepen zijn [minderjarige (voornaam)] en moeder niet ter zitting verschenen.

Voor het verdere procesverloop en de vaststaande feiten wordt verwezen naar de beschikking van 8 juni 2023.

De standpunten

Vader heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij niet begrijpt dat de Raad het verzoek heeft gehandhaafd. Ouders staan open voor de hulpverlening en krijgen die ook. [minderjarige (voornaam)] verblijft in een driemilieu’s voorziening bij [instelling 1] en het gaat langzaam de goede kant met haar. Na elk omgangsweekend bij vader heeft hij een nabespreking met een begeleider vanuit [instelling 1]. Ook is er systeemtherapie opgestart waar tips en tools worden aangeleerd. In december 2022 hebben de ouders de Raad gevraagd hen te helpen om sneller een plek bij [instelling 1] te krijgen. Dat is niet gebeurd en uiteindelijk heeft [instelling 2] dat met de ouders voor elkaar gekregen. De vader begrijpt dan ook niet wat de Raad nu nog wil. Er hoeven geen grote beslissingen meer genomen te worden waarbij een jeugdhulpverlener naast ouders en [minderjarige (voornaam)] kan staan om de band tussen ouders en [minderjarige (voornaam)] niet te belasten, zoals de Raad nodig vindt.

De GI ziet geen rol voor een jeugdhulpverlener. Er is hulpverlening en de vader stelt zijn hulpvragen. Er komt dan alleen nog maar een extra hulpverlener bij met meer druk op de agenda.

De Raad heeft ter zitting, na het verkrijgen van de aanvullende informatie van vader ter zitting, het verzoek tot de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ingetrokken. De Raad heeft vertrouwen in de opgezette hulpverlening en de vrijwillige medewerking van de ouders.

De beoordeling

De kinderrechter overweegt het volgende. Nu de Raad het verzoek tot ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing voor [minderjarige (voornaam)] ter zitting heeft ingetrokken, zal de kinderrechter het verzoek beschouwen als afgedaan en dus afwijzen.

De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2023 door mr. M.M. Janssen – Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh als griffier, en op schrift gesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.