Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 4 februari 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:774Zaaknummer UTR 21/4435

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
1 november 2022
Zaaknummer
UTR 21/4435
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Verweerder heeft terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4435

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2022 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. D. ‘s-Gravendijk),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van

18 oktober 2021, waarin verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat eiseres het bezwaar te laat heeft ingediend.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Een bezwaarschrift moet in een zaak waar het gaat over de vraag of iemand (on)geschikt is om te werken worden ingediend binnen twee weken nadat het besluit is bekendgemaakt. Dit staat in artikel 75k van de Ziektewet (Zw).

3. In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 6 september 2021. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op

20 september 2021 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 4 oktober 2021. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

4. Volgens eiseres is er sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding, omdat haar gemachtigde wegens dringende onvoorziene spoedomstandigheden in het buitenland verbleef. Per digitale post worden processtukken aan gemachtigde toegestuurd, zodat zij daar kennis van kan nemen. Verweerder heeft het primaire besluit enkel naar eiseres gestuurd en niet naar gemachtigde. Daardoor heeft de gemachtigde pas later kennis genomen van het besluit en direct daarna is er pro forma bezwaar ingesteld. Daarnaast stelt eiseres dat zij door de termijn van slechts twee weken in haar belangen en verdediging is geschaad. Verweerder dient een redelijke bezwaartermijn te geven op grond van artikel 6:7 van de Awb. Volgens eiseres handelt verweerder hierdoor in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod op détournement de pouvoir.

5. Naar het oordeel van de rechtbank is dit geen geldige reden voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. Het enkele feit dat het besluit enkel naar eiseres is gestuurd en niet naar haar gemachtigde leidt niet tot de conclusie dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. De gemachtigde van eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat was om binnen de bezwaartermijn een bezwaarschrift in te dienen, zo nodig op nader aan te voeren gronden (pro forma). De gemachtigde geeft zelfs aan wel digitaal kennis te kunnen nemen van stukken. De termijnoverschrijding is dan ook niet verschoonbaar. Het beroep van eiseres op het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod op détournement de pouvoir slaagt niet. Zoals in rechtsoverweging twee van deze uitspraak staat, volgt uit artikel 75k van de Zw dat, in afwijking van artikel 6:7 van de Awb, de bezwaartermijn twee weken is. Verweerder heeft onder het besluit ook een rechtsmiddelen clausule opgenomen waardoor eiseres op de hoogte was van deze termijn.

6. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).

7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.