Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 24 februari 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:6406Zaaknummer FT RK 22/135, 136, 138, 139

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
FT RK 22/135, 136, 138, 139
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHOA. Opheffing afkoelingsperiode en intrekking aanwijzing observator.

De rechtbank

3.1.

heft de verleende afkoelingsperiode op,

3.2.

trekt in de aanwijzing van de observator, mr. H. De Coninck-Smolders,

3.3.

stelt het salaris van de observator vast op € 28.549,02 inclusief verschotten exclusief btw,

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt, mr. R. Cats en mr. M.P. de Valk in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2022.[_12801df0-5cb4-4345-82ba-7291894ccd1d]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Toezicht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: FT RK 22/135, 136, 138, 139

Beschikking op grond van artikel 371 Fw (aanwijzing herstructureringsdeskundige) en van artikel 376 Fw (afkoelingsperiode) van 24 februari 2022

in de zaak van

1. de besloten vennootschap

[verzoekster sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

verzoekster,

hierna te noemen: “ [verzoekster sub 1] ”,

advocaten: mr. E.C. Bos en mr. G.J.C. Wessels te Den Haag,

en

2. de besloten vennootschap

[verzoekster sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

verzoekster,

hierna te noemen: “ [verzoekster sub 2] ”,

advocaten: mr. E.C. Bos en mr. G.J.C. Wessels te Den Haag,

belanghebbende:

de besloten vennootschap

[schuldeiser],

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

schuldeiser,

hierna te noemen: “ [schuldeiser] ”,

advocaat: mr. P.J. Fousert te Groningen.

Partijen zullen hierna [verzoekster c.s.] en [schuldeiser] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de tussenbeslissing van 22 februari 2022 en de daarin genoemde stukken,
  • de zienswijze en het verzoek tot het treffen van voorzieningen ex artikel 376 lid 9 Fw van [schuldeiser] van 21 februari 2022,
  • de zienswijze van de observator van 23 februari 2022,
  • de brief met nadere stukken van [verzoekster c.s.] van 23 februari 2022,
  • het e-mailbericht van [verzoekster c.s.] van 24 februari 2022,
  • de urenspecificatie van de observator van 24 februari 2022.

2 De verdere beoordeling

2.1.

[verzoekster c.s.] heeft haar verzoeken ingetrokken. Daarom zal de in de tussenbeschikking voorshands verleende afkoelingsperiode worden opgeheven.

2.2.

Nu de observator geen taak meer heeft, zal haar aanstelling worden ingetrokken.

2.3.

De observator heeft een begroting gegeven van de kosten van haar werkzaamheden en die van eventuele derden die door haar werden geraadpleegd. [verzoekster c.s.] heeft geen bezwaren ingebracht tegen de kosten van de observator. De kosten zijn redelijk en zullen daarom door de rechtbank worden vastgesteld.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

heft de verleende afkoelingsperiode op,

3.2.

trekt in de aanwijzing van de observator, mr. H. De Coninck-Smolders,

3.3.

stelt het salaris van de observator vast op € 28.549,02 inclusief verschotten exclusief btw,

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Neijt, mr. R. Cats en mr. M.P. de Valk in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2022.[_12801df0-5cb4-4345-82ba-7291894ccd1d]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.