Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 februari 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:404Zaaknummer AWB - 21 _ 4263

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 februari 2022
Publicatiedatum
30 september 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 4263
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tozo. Rentedragende lening voor het bedrijfskapitaal. Geen zeer dringende redenen om af te zien van terugvordering. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van

mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in uitgesproken op 7 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4263

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2022 in de zaak tussen

[eiseres] en [eiser], te [woonplaats], eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: J.C. de Roos).

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder het restant van de geldlening en de verschuldigde rente van eisers teruggevorderd op basis van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Dit gaat over een bedrag van € 7.496,22.

Bij besluit van 23 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 december 2021 via een online verbinding. Eisers is verschenen. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres heeft vanaf 12 augustus 2020 een geldlening ontvangen om de noodzakelijke betalingen voor haar bedrijf te kunnen doen. Meer dan negen maanden later heeft eiseres haar bedrijf beëindigd.

2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de geldlening en de verschuldigde rente terugbetaald moeten worden, omdat eiseres gestopt is met het bedrijf. Het bedrag wordt ook van eiser teruggevorderd, omdat hij hoofdelijk aansprakelijk is.

3. Eisers voeren aan dat het bedrijf niet vrijwillig beëindigd is, maar dat het niet anders kon vanwege de coronamaatregelen. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevoerd dat ze een kwijtschelding wil van de lening, omdat zij het bedrag niet kan betalen. Eisers hebben andere maandelijkse aflossingen en houden onvoldoende geld over voor hun levensonderhoud.

4. De rechtbank stelt vast dat het uitgangspunt van de Tozo is dat de rentedragende lening voor het bedrijfskapitaal altijd volledig terugbetaald moet worden. Dit blijkt uit de nota van toelichting bij de Tozo (Stb. 2020, 118, blz. 17). Verweerder kan de lening gelijk opeisen, wanneer blijkt dat de zelfstandige het bedrijf beëindigd heeft.[_aaedd951-f827-47c7-ac4d-2b9522f82090] Omdat eiseres gestopt is met haar onderneming, heeft verweerder op juiste gronden de lening per direct teruggevorderd.

5. De enige mogelijkheid om te kunnen afzien van de terugvordering is dat er zeer dringende redenen zijn.[_c777c6ac-c9e8-451a-86d0-c8e1fdfa84aa] Eisers hebben niet met stukken onderbouwd dat zij in financiële problemen komen door het terugbetalen van de lening. Daarnaast hebben zij recht op de beslagvrije voet. Dit houdt in dat bij de terugvordering rekening gehouden moet worden dat zij voldoende inkomsten overhouden om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De rechtbank oordeelt daarom dat verweerder de lening voor het bedrijfskapitaal terecht heeft teruggevorderd. Voor het maken van andere afspraken over de betaalregeling van de lening wordt eisers aangeraden om in contact te gaan met het Zelfstandigenloket.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van

mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is in uitgesproken op 7 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.