Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 7 februari 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:403Zaaknummer AWB - 21 _ 3771

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
7 februari 2022
Publicatiedatum
29 september 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 3771
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pw. de algemene gronden en herhaling van gronden in bezwaar. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van

mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/3771

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.S. Rozenbeekmr. M.S. Rozenbeek),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren, verweerder

(gemachtigde: R. d’Accorso).

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser ingetrokken die hij op basis van de Participatiewet (Pw) ontving. Verweerder heeft een bedrag van € 44.134,99 teruggevorderd.

Bij besluit van 22 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat een deel van de vordering onterecht gebruteerd is. Het bedrag van de terugvordering is daarom verlaagd naar € 40.811,15.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2021 via een online verbinding. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Het geschil gaat over de intrekking en terugvordering van het recht op bijstand, omdat eiser de inlichtingenplicht geschonden zou hebben.

2. Eiser heeft in beroep algemeen geformuleerde beroepsgronden aangevoerd, namelijk dat de wettelijke grondslag voor het bestreden besluit ontbreekt, dat hij onevenredig in zijn belangen is geschaad, dat de motivering het bestreden besluit niet kan dragen en dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Deze algemene beroepsgronden zijn door eiser niet verder uitgewerkt aan de hand van de specifieke omstandigheden van zijn geval.

3. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep geen concrete gronden heeft ingediend tegen het bestreden besluit. Tijdens de zitting is eiser gevraagd om de algemeen geformuleerde beroepsgronden nader toe te lichten. Eiser heeft aangegeven dat hij niets toe te voegen heeft en heeft verwezen naar de gronden die hij in bezwaar al had aangevoerd.

4. De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde beroepsgronden te algemeen zijn geformuleerd om deze mee te kunnen nemen in de beoordeling van het geschil. Daarnaast heeft eiser uitsluitend de gronden van bezwaar herhaald. Verweerder is in het bestreden besluit al voldoende ingegaan op deze gronden. De rechtbank ziet in de beroepsgronden dan ook geen aanleiding om het standpunt van verweerder in het bestreden besluit voor onjuist te houden.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van

mr. drs. N.L.K.J. Li, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.