Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 14 juli 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:3375Zaaknummer 22/1380

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14 juli 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
22/1380
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 379,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/1380

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2022 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: J.P. Schildkamp),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Op 28 september 2021 heeft verzoekster een herzieningsverzoek ingediend bij verweerder, gericht tegen de primaire beslissing van verweerder van 10 mei 2021.

Verzoekster heeft verweerder op 19 januari 2022 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar herzieningsverzoek. Op 7 maart 2022 heeft verzoekster beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar herzieningsverzoek.

Op 6 april 2022 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op verzoeksters herzieningsverzoek. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten. Verweerder heeft op 4 juli 2022 gereageerd op dit verzoek. In zijn reactie heeft verweerder meegedeeld geen commentaar te hebben ten aanzien van het verzoek tot het uitspreken van een kostenveroordeling.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op

€ 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van

€ 759,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.

5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 379,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.