Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 6 juli 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:3312Zaaknummer 21/3115

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
6 juli 2022
Publicatiedatum
26 januari 2023
Zaaknummer
21/3115
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet-ontvankelijk; gronden slaan niet op uob; geen proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraken op bezwaar van 13 juli 2021 en

12 oktober 2021 niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/3115

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 31 mei 2021 bij verweerder bezwaar ingediend tegen het aanslagbiljet van

31 maart 2021.

Verweerder heeft op 13 juli 2021 een uitspraak op bezwaar genomen.

Eiser heeft op 22 juli 2021 beroep ingediend bij de rechtbank.

Op 12 oktober 2021 heeft verweerder naar aanleiding van het beroepsschrift van eiser een gewijzigde uitspraak op bezwaar genomen.

Op 4 november 2021 heeft de rechtbank eiser verzocht om het beroep in te trekken indien hij het eens is met de gewijzigde uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021 of het beroep voort te zetten indien hij het hiermee niet eens is. Eiser heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

1. Omdat eiser niet heeft gereageerd op de brief van de rechtbank van 4 november 2021 gaat de rechtbank ervan uit dat eiser het niet eens is met de gewijzigde uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021 en deze uitspraak dus niet geheel tegemoet komt aan het beroep van eiser. Gelet hierop wordt het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van 13 juli 2021 mede geacht te zijn gericht tegen de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021.

2. Omdat er inmiddels een nieuwe uitspraak op bezwaar is, heeft eiser geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de zijn beroep tegen de uitspraak op bezwaar van 13 juli 2021. Het beroep tegen die uitspraak op bezwaar moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is enkel nog belang bij de beoordeling van het besluit van 12 oktober 2021.

3. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser, ondanks daarom te zijn verzocht door de rechtbank op 4 november 2021, geen gronden heeft aangevoerd tegen de uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021. Dit betekent dat onduidelijk is waarom eiser het niet eens is met gewijzigde uitspraak op bezwaar van 12 oktober 2021.

5. Zonder beroepsgronden kan het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraken op bezwaar van 13 juli 2021 en

12 oktober 2021 niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.