Uitspraak · Omgevingsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 4 augustus 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3301Zaaknummer UTR 22/2493
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2022
- Publicatiedatum
- 9 januari 2023
- Zaaknummer
- UTR 22/2493
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Omgevingsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Uitspraak buiten zitting. Geen spoedeisend belang. Toezegging vergunninghouder beslissing op bezwaar af te wachten. Ook geen voorbereidende werkzaamheden tijdens bezwaarprocedure.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2493
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder
(gemachtigde: mr. J.A. van Kippersluis).
Als derde-partij neemt aan het geding deel [derde belanghebbende] te [vestigingsplaats], vergunninghouder
(gemachtigde: mr. F. Vlaskamp).
Procesverloop
In het besluit van 14 april 2022 (primaire besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen van een blaashal ten behoeve van tennisbanen op het perceel [adres] in [plaats].
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen.[_cd33ed62-06e4-4b86-9501-aba300e3d2f1]
Beoordeling spoedeisend belang
2. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening indien ‘onverwijlde spoed’ dat vereist.[_24a84d26-940d-4d58-8c86-8e6868286ab3]
3. Op 20 juni 2022 heeft de gemachtigde van vergunninghouder de rechtbank geïnformeerd dat besloten is om het besluit op bezwaar van verweerder af te wachten voor wat betreft de plaatsing van de blaashal. Ook is besloten dat de hal niet eerder zal worden geplaatst dan vanaf 17 oktober, mogelijk zelfs 23 of 30 oktober 2022, na het einde van de najaar competitie.
4. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank met de brief van 23 juni 2022 aan verzoekster gevraagd om nader te onderbouwen wat haar spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening.
5. Verzoekster heeft haar spoedeisend belang nader onderbouwd met haar brief van
29 juni 2022. Verzoekster heeft daarin toegelicht dat haar niet duidelijk is wat de planning is wat betreft de voorbereidende werkzaamheden voor het plaatsen van de blaashal. Zij vreest dat er al tijdens de bezwaarprocedure voorbereidingen plaatsvinden die leiden tot onomkeerbare en onherstelbare schade aan de bomen in de directe omgeving.
6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat er een spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Vergunninghouder heeft toegezegd te wachten met het plaatsen van de blaashal tot verweerder een beslissing op bezwaar heeft genomen. Gemachtigde van vergunninghouder heeft in reactie op de brief van verzoekster van 29 juni 2022 op 1 augustus 2022 opnieuw bevestigd dat vergunninghouder eerst het besluit op bezwaar van verweerder zal afwachten. Ook heeft zij daarbij bevestigd dat tijdens de behandeling van de bezwaarschriften geen voorbereidende werkzaamheden plaatsvinden.
Evidente onrechtmatigheid
7. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de door haar gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als nu al blijkt dat het primaire besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het primaire besluit in stand zal blijven.
8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet gebleken dat het primaire besluit evident onrechtmatig is. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om, ondanks het ontbreken van spoedeisend belang, een voorlopige voorziening te treffen.
9. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2022.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.