Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 28 juli 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3239Zaaknummer UTR 22/2585
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 28 juli 2022
- Publicatiedatum
- 5 januari 2023
- Zaaknummer
- UTR 22/2585
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
intrekking vovo; pkv-uitspraak.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan verzoekster;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mw. Z.E.M. van der Maas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2022.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2585
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juli 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M.J. Smaling),
en
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Verweerder heeft op 3 juni 2022 een besluit genomen op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Verzoekster is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening. Bij brief van 28 juni 2022 heeft verweerder medegedeeld dat de werking van het besluit wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Verzoekster heeft naar aanleiding daarvan het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
3. Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, in geval van intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening omdat geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen en indien daar om bij intrekking is verzocht, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs dienden te worden gemaakt.
4. Verweerder heeft bij brief van 28 juni 2022 medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het betalen van de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
6. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:82 van de Awb).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan verzoekster;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mw. Z.E.M. van der Maas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2022.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.