Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 5 maart 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:947Zaaknummer UTR 20/4630

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 maart 2021
Publicatiedatum
22 maart 2021
Zaaknummer
UTR 20/4630
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo, verzoek om PKV toegewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

(de voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
  2. Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder.
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4630

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. J.C. Walker),

en

Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft op 28 januari 2021 schriftelijk gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 11 december 2020 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 18 januari 2021 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.

4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:82 van de Awb).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 534,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

- bepaalt dat verweerder het griffierecht dat verzoeker heeft betaald moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 maart 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

(de voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.