Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 25 februari 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:775Zaaknummer UTR 21/96

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25 februari 2021
Publicatiedatum
5 maart 2021
Zaaknummer
UTR 21/96
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Omdat op het beroep uitspraak is gedaan, is het verzoek kennelijk niet ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is uitgesproken op 25 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

De voorzieningenrechter is verhinderd om de

uitspraak te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], te [woonplaats], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/96

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2021 in de zaak van

[eiser], te [woonplaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 19 oktober 2020.

Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om voorlopig de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ toe te kennen om zich te kunnen voorzien in zijn levensbehoeften.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoek wordt namelijk niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.[_29aa8a4b-f37a-4a2a-abe1-9af546f42b2b]

3. Bij uitspraak van 19 februari 2021 heeft de rechtbank op het beroep uitspraak gedaan. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek zonder onderzoek ter zitting kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard.[_09f53434-fa11-4718-94b0-cd69c2ba1e2e]

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De beslissing is uitgesproken op 25 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

De voorzieningenrechter is verhinderd om de

uitspraak te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.