Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 9 december 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:6683Zaaknummer UTR 21/4092

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
9 december 2021
Publicatiedatum
5 december 2022
Zaaknummer
UTR 21/4092
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PV mondelinge uitspraak, Wet WIA, beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of eiseres procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

2. Eiseres heeft in dat kader gesteld dat zij er belang bij heeft te weten welke functies wel en niet voldoen volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Ook stelt eiseres dat zij belang heeft bij vaststelling van de juiste urenbeperking. Dit omdat eiseres in de toekomst bij een herbeoordeling mogelijk tegengeworpen krijgt dat zij bepaalde functies kan verrichten en haar arbeidsongeschiktheidspercentage wijzigt.

3. De rechtbank oordeelt dat er geen procesbelang is. Eiseres kan met haar beroep niet meer bereiken dan al is bereikt, namelijk dat zij per 16 september 2020 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en zij een IVA-uitkering krijgt. Dat betreft een momentbeoordeling. De onderbouwing van het bestreden besluit geldt dus alleen voor dat moment. Mocht er in de toekomst ooit een herbeoordeling plaatsvinden dan volgt een nieuwe (medische en arbeidskundige) beoordeling met bezwaar- en beroepsmogelijkheid. Eiseres kan daar dan tegen opkomen.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

9 december 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 9 december 2021 in de zaak tussen
  2. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  3. Procesverloop
  4. Beslissing
  5. Overwegingen
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4092

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

9 december 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.G. Blasweiler),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Keizer).

Procesverloop

Bij besluit van 19 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering van eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 20 december 2020 beëindigd, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht.

Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft eiseres nadere medische informatie overgelegd.

Bij besluit van 2 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat aan eiseres per 16 september 2020 een IVA-uitkering wordt toegekend. Eiseres wordt per die datum namelijk volledig en duurzaam arbeidsongeschikt geacht.

Eiseres is het hier niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2021 via Skype for Business. Partijen hebben zich op de zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Partijen zijn op de zitting gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of eiseres procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

2. Eiseres heeft in dat kader gesteld dat zij er belang bij heeft te weten welke functies wel en niet voldoen volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Ook stelt eiseres dat zij belang heeft bij vaststelling van de juiste urenbeperking. Dit omdat eiseres in de toekomst bij een herbeoordeling mogelijk tegengeworpen krijgt dat zij bepaalde functies kan verrichten en haar arbeidsongeschiktheidspercentage wijzigt.

3. De rechtbank oordeelt dat er geen procesbelang is. Eiseres kan met haar beroep niet meer bereiken dan al is bereikt, namelijk dat zij per 16 september 2020 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en zij een IVA-uitkering krijgt. Dat betreft een momentbeoordeling. De onderbouwing van het bestreden besluit geldt dus alleen voor dat moment. Mocht er in de toekomst ooit een herbeoordeling plaatsvinden dan volgt een nieuwe (medische en arbeidskundige) beoordeling met bezwaar- en beroepsmogelijkheid. Eiseres kan daar dan tegen opkomen.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

9 december 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.