Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 14 december 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:6312Zaaknummer UTR 21/4458
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 december 2021
- Publicatiedatum
- 29 augustus 2022
- Zaaknummer
- UTR 21/4458
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het betreft een voorlopige voorziening inzake een WOB-verzoek. Er is geen spoedeisend belang meer, want openbaarmaking is opgeschort tot de uitspraak op het beroep.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2021.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4458
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 december 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Mudde).
Procesverloop
In het besluit van 16 april 2021 (primair besluit) heeft verweerder beslist op een Wob-verzoek over bestemmingsplantrajecten, vergunningverlening en handhavingstrajecten op het perceel [adres].
In het besluit van 12 oktober 2021 (bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 30 november 2021 (bestreden besluit II) heeft verweerder het besluit van 12 oktober 2021 ingetrokken en het besluit van 30 november 2021 daarvoor in de plaats gesteld.
Overwegingen
- De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.
- Met zijn verzoek om voorlopige voorziening wil verzoeker bereiken dat geen documenten openbaar worden gemaakt voordat op zijn beroep is beslist. In zijn besluit van 30 november 2021 heeft verweerder de openbaarmaking van de documenten opgeschort tot de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep om zodoende onomkeerbare situaties te voorkomen.
- Dit betekent dat er geen spoedeisend belang meer is bij een uitspraak van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2021.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.