Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 12 februari 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:628Zaaknummer 20/2359

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12 februari 2021
Publicatiedatum
12 januari 2022
Zaaknummer
20/2359
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijstand. herhaalde aanvraag. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [plaats] , eiseres
  2. Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2359

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I. Rhodes),

en

Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder

(gemachtigde: mr. W. Janssen).

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 7 februari 2020 om een bijstandsuitkering op grond van de Pw afgewezen.

Bij besluit van 18 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2021 door middel van een Skype-beeldverbinding. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. In geschil is de aanvraag van eiseres om bijstand naar de norm van een alleenstaande van 7 februari 2020.

2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens verweerder is niet gebleken van gewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere afgewezen aanvragen om bijstand van 19 augustus en 22 november 2019.

3. Eiseres voert in beroep aan dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Volgens eiseres kan zij worden aangemerkt als zelfstandig subject voor de bijstand omdat zij duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Eiseres voert verder aan dat - zelfs als het volledige bedrag aan schadevergoeding aan haar toekwam - zij onder de vermogensgrens zou uitkomen als de interingsnorm wordt toegepast.

4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet heeft aangetoond dat - sinds de laatste afwijzingen van de aanvragen om bijstand - zich een relevante wijziging in haar omstandigheden heeft voorgedaan, in die zin dat nu wel wordt voldaan aan de vereisten om voor bijstand in aanmerking te komen. Van belang is dat eiseres haar financiële situatie nog steeds niet inzichtelijk heeft gemaakt. Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over wat er met de door eiseres in maart 2019 ontvangen bedragen van € 38.539,-, € 385,- en € 316,- aan schadevergoeding van ABN AMRO Verzekeringen B.V voor gestolen sieraden, kleding en schoenen is gebeurd. Tevens bestaat er nog onduidelijkheid over welke sieraden eiseres nog in haar bezit heeft. Wat betreft de interingsnorm is de rechtbank van oordeel dat deze pas kan worden toegepast indien het vermogen is vast te stellen. Nu eiseres onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie is er geen plaats voor toepassing van de interingsnorm.

5. Reeds hierom heeft verweerder de aanvraag om bijstand terecht afgewezen met verwijzing naar de eerdere besluiten. Hetgeen eiseres verder heeft aangevoerd, laat de rechtbank onbesproken.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 12 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.