Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 16 december 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:6140Zaaknummer 21/3589

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16 december 2021
Publicatiedatum
26 augustus 2022
Zaaknummer
21/3589
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Aanvraag om bijstand. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiser heeft op 9 maart 2021 een aanvraag om bijstand op grond van de Pw ingediend naar de norm voor een alleenstaande.

3. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag om bijstand terecht is afgewezen omdat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden. Eiser heeft geen duidelijkheid verschaft en geen controleerbare en objectieve gegevens verschaft over zijn feitelijke verblijfplaats waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

4. Eiser voert in beroep aan dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding met zijn ex-partner. Volgens eiser is uit de stukken niet gebleken van een telefoongesprek tussen verweerder en het Leger des Heils. De verklaring van het Leger des Heils kan daarom niet aan eiser worden tegengeworpen. Ook kan eiser niet worden gehouden aan de verklaring die op 6 april 2021 telefonisch is afgelegd. Op de zitting is daaraan toegevoegd dat eiser in de te beoordelen periode in de [locatie 1] verbleef.

4. De te beoordelen periode loopt van 9 maart 2021 tot en met 7 april 2021.

5. Bij aanvragen om bijstand rust de bewijslast van de bijstandbehoevendheid in beginsel op de aanvrager zelf. De aanvrager, ook iemand die zich als dak- en thuisloze presenteert, dient duidelijkheid te geven over zijn woon-, leef- en inkomenssituatie, zo nodig ook over de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag.[_6ae2d53c-cf6c-43f9-8517-0aec827e0c38] Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de betrokkene niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.[_ee4d1145-5a13-4119-b6dd-105788b958fe]

6. De rechtbank stelt vast dat uit de stukken blijkt dat twee medewerkers van het Leger des Heils (los van elkaar) hebben verklaard dat eiser sinds 24 februari 2021 is uitgehuisd, dat het traject bij het Leger des Heils volledig is afgesloten en dat eiser ook niet bekend is bij andere locaties. De stelling van eiser dat hij daar vanaf 25 januari sliep kan daarom niet kloppen. In zijn verklaring van 6 april 2021 zegt eiser dat hij sliep op de [locatie 2] en dat hij vanaf 30 januari bij zijn ex-partner slaapt. Op de zitting heeft eiser voor het eerst verklaard dat hij inderdaad niet bij het Leger des Heils verbleef, maar dat hij buiten in de [locatie 1] sliep. Dat is tegenstrijdig met zijn verklaring van 6 april 2021. Deze nieuwe stelling is door eiser op geen enkele manier onderbouwd. Het is dus voor verweerder nog steeds niet vast te stellen waar eiser in de te beoordelen periode wel heeft verbleven. Eiser heeft dus niet de juiste informatie verstrekt over zijn verblijfplaats. Alleen al hierom heeft verweerder de aanvraag om bijstand terecht afgewezen.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2021 en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/3589

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder

(gemachtigde: M.K. Riemersma).

Procesverloop

Bij besluit van 7 april 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) afgewezen.

Bij besluit van 10 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2021 via een skypeverbinding. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eiser heeft op 9 maart 2021 een aanvraag om bijstand op grond van de Pw ingediend naar de norm voor een alleenstaande.

3. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de aanvraag om bijstand terecht is afgewezen omdat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden. Eiser heeft geen duidelijkheid verschaft en geen controleerbare en objectieve gegevens verschaft over zijn feitelijke verblijfplaats waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

4. Eiser voert in beroep aan dat er geen sprake is van een gezamenlijke huishouding met zijn ex-partner. Volgens eiser is uit de stukken niet gebleken van een telefoongesprek tussen verweerder en het Leger des Heils. De verklaring van het Leger des Heils kan daarom niet aan eiser worden tegengeworpen. Ook kan eiser niet worden gehouden aan de verklaring die op 6 april 2021 telefonisch is afgelegd. Op de zitting is daaraan toegevoegd dat eiser in de te beoordelen periode in de [locatie 1] verbleef.

4. De te beoordelen periode loopt van 9 maart 2021 tot en met 7 april 2021.

5. Bij aanvragen om bijstand rust de bewijslast van de bijstandbehoevendheid in beginsel op de aanvrager zelf. De aanvrager, ook iemand die zich als dak- en thuisloze presenteert, dient duidelijkheid te geven over zijn woon-, leef- en inkomenssituatie, zo nodig ook over de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag.[_6ae2d53c-cf6c-43f9-8517-0aec827e0c38] Vervolgens is het aan het bijstandverlenend orgaan om in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid te controleren. Indien de betrokkene niet aan de wettelijke inlichtingen- of medewerkingsverplichting voldoet, is dit een grond voor weigering van de bijstand indien als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.[_ee4d1145-5a13-4119-b6dd-105788b958fe]

6. De rechtbank stelt vast dat uit de stukken blijkt dat twee medewerkers van het Leger des Heils (los van elkaar) hebben verklaard dat eiser sinds 24 februari 2021 is uitgehuisd, dat het traject bij het Leger des Heils volledig is afgesloten en dat eiser ook niet bekend is bij andere locaties. De stelling van eiser dat hij daar vanaf 25 januari sliep kan daarom niet kloppen. In zijn verklaring van 6 april 2021 zegt eiser dat hij sliep op de [locatie 2] en dat hij vanaf 30 januari bij zijn ex-partner slaapt. Op de zitting heeft eiser voor het eerst verklaard dat hij inderdaad niet bij het Leger des Heils verbleef, maar dat hij buiten in de [locatie 1] sliep. Dat is tegenstrijdig met zijn verklaring van 6 april 2021. Deze nieuwe stelling is door eiser op geen enkele manier onderbouwd. Het is dus voor verweerder nog steeds niet vast te stellen waar eiser in de te beoordelen periode wel heeft verbleven. Eiser heeft dus niet de juiste informatie verstrekt over zijn verblijfplaats. Alleen al hierom heeft verweerder de aanvraag om bijstand terecht afgewezen.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2021 en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.