Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 5 februari 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:505Zaaknummer UTR - 20 _ 3560
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 5 februari 2021
- Publicatiedatum
- 16 december 2021
- Zaaknummer
- UTR - 20 _ 3560
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om schadevergoeding. De rechtbank verklaart zich onbevoegd, want geen schadeoorzaak aangewezen die valt binnen binnen het bereik van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Overwegingen
1. Bij hun verzoek aan de rechtbank om de burgemeester te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, hebben verzoekers geen schadeoorzaak aangewezen die valt binnen het bereik van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De door hen op de zitting gegeven toelichting heeft dit bevestigd. De schade die verzoekers stellen te lijden vloeit voort uit het beëindigen van een overeenkomst met de gemeente en de daaraan onderliggende feitelijke handelingen. Dat moet worden voorgelegd aan de civiele rechter. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2021 door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3560
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2021 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], te [woonplaats], verzoekers,
en
de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder.
Procesverloop
Verzoekers hebben de rechtbank gevraagd om de burgemeester te veroordelen tot vergoeding van schade die zij lijden. De zaak is behandeld op de zitting van 5 februari 2021. Hierbij waren verzoekers aanwezig. De burgemeester is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Overwegingen
1. Bij hun verzoek aan de rechtbank om de burgemeester te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding, hebben verzoekers geen schadeoorzaak aangewezen die valt binnen het bereik van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De door hen op de zitting gegeven toelichting heeft dit bevestigd. De schade die verzoekers stellen te lijden vloeit voort uit het beëindigen van een overeenkomst met de gemeente en de daaraan onderliggende feitelijke handelingen. Dat moet worden voorgelegd aan de civiele rechter. Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2021 door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RVS:2021:2283 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2021:2283 Raad van State, 13 oktober 2021 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.