Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 4 oktober 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:5038Zaaknummer UTR 20/4247

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
4 oktober 2021
Publicatiedatum
19 juli 2022
Zaaknummer
UTR 20/4247
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54, beroep niet tijdig, n-o

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van

J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4247

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: B.A.M. Veer-van den Broek)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Eiseres heeft op 24 juni 2020 een aanvraag ingediend bij verweerder. Vanwege het uitblijven van een besluit heeft eiseres verweerder op 6 september 2020 in gebreke gesteld. Vervolgens heeft eiseres op 19 november 2020 beroep ingesteld bij de rechtbank vanwege het uitblijven van een besluit.

3. Verweerder zegt dat geen sprake is van het uitblijven van een besluit, omdat bij besluit van 17 augustus 2020 de aanvraag van 24 juni 2020 is afgewezen.

4. Eiseres zegt dat zij het besluit niet heeft ontvangen, omdat het besluit niet op de juiste manier is verzonden. Verweerder had het besluit naar het adres van de gemachtigde van eiseres moeten opsturen en niet naar het adres van eiseres. Eiseres zegt dat zij voorafgaand aan de verzending van het besluit (mondeling) heeft medegedeeld aan verweerder dat zij vertegenwoordigd zal worden door een gemachtigde. Ook zegt eiseres dat haar gemachtigde de aanvraag voor haar heeft ingediend.

5. Verweerder heeft hiertegen ingebracht dat het besluit is per post gestuurd naar het woonadres van eiseres. In haar aanvraag heeft eiseres opgegeven dat de post naar haar woonadres opgestuurd moet worden. Ná verzending van het besluit heeft de gemachtigde van eiseres een machtiging ingeleverd bij verweerder, waarin staat dat voortaan het adres van de gemachtigde van eiseres gebruikt moet worden voor alle verdere correspondentie. Aangezien de adreswijziging pas na het versturen van het besluit is doorgegeven en verwerkt, is het besluit volgens verweerder op juiste wijze bekend gemaakt.

6. De rechtbank overweegt dat verweerder tijdig een besluit heeft genomen op de aanvraag van eiseres. Verweerder heeft het besluit op juiste wijze bekendgemaakt door het besluit naar het woonadres van eiseres te verzenden, nu eiseres in haar aanvraag heeft aangegeven het besluit te willen ontvangen op haar woonadres. Pas na verzending van het besluit heeft eiseres bekend gemaakt aan verweerder dat zij post voortaan op het adres van gemachtigde wilde ontvangen. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op haar aanvraag. Omdat verweerder tijdig een besluit heeft genomen, heeft het beroep van eiseres geen zin meer. De rechtbank zal het beroep daarom niet inhoudelijk behandelen.

7. Het beroep is niet-ontvankelijk.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van

J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.