Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:3924Zaaknummer 21/1790
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 27 juli 2021
- Publicatiedatum
- 24 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/1790
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
wob; geen stukken ontvangen; geen procesbelang; besluit genomen; niet-ontvankelijk
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1790
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
en
Gedeputeerde Staten van Utrecht, verweerder
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag 4 januari 2021.
De rechtbank heeft bij brief van 7 mei 2021 en bij aangetekende brief van 18 mei 2021 verweerder verzocht de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft op 4 januari 2021, aangevuld op 3 februari 2021, een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Bij besluit van 16 maart 2021 heeft verweerder op het verzoek van eiser beslist. Eveneens op 16 maart 2021 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Eiser is van mening dat besluit van 16 maart 2021 incompleet is nu verweerder eisers verzoek om aanvullende informatie van 3 februari 2021 niet heeft meegenomen in de besluitvorming. Vervolgens heeft eiser op 7 april 2021 beroep ingesteld bij de rechtbank.
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder inmiddels bij besluit van 16 maart 2021 een beslissing heeft genomen op het verzoek van eiser. Gelet hierop is er geen procesbelang meer bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Immers door verweerder is een besluit genomen. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaren. Dat eiser vindt dat dit besluit niet juist is omdat niet is ingegaan op het verzoek om aanvullende informatie van 3 februari 2021, vormt geen reden om tot een ander oordeel te komen. Eiser had in dat geval bezwaar moeten maken tegen het besluit van 16 maart 2021.
4. Het beroep niet tijdig van 7 april 2021 dient door verweerder in behandeling te worden genomen als bezwaar.
5. Er zijn door eiser geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.