Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 20 juli 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:3832Zaaknummer UTR 21/288
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 20 juli 2021
- Publicatiedatum
- 21 juni 2022
- Zaaknummer
- UTR 21/288
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
8:54; pkv; gegrond
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 1496,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/288
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. G. Gabrelian),
en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster van 29 maart 2021 om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 15 april 2021, door de rechtbank ontvangen op 20 april 2021, gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 15 december 2020 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 18 maart 2021, door de rechtbank ontvangen op 22 maart 2021, heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 15 december 2020 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 1496,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 49,- aan verzoekster betalen (artikel 8:41 van de Awb)
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 1496,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.