Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 23 juni 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:2774Zaaknummer UTR 20/4399

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
17 oktober 2022
Zaaknummer
UTR 20/4399
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZW - het Uwv heeft het dagloon correct vastgesteld - het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4399

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats],

eiseres,

(gemachtigde: mr. C.J.P. Liefting),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,

(gemachtigde: drs. S. Barto).

Als derde-partij neemt aan het geding deel: [derde belanghebbende], (gemachtigde: A.H.H van Gessel, verbonden aan [belanghebbende] ).

Inleiding

Eiseres werkte als schoonmaakster via [derde belanghebbende] en heeft zich per 30 maart 2020 ziekgemeld bij verweerder.

In het besluit van 12 mei 2020 (primair besluit) heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat zij recht heeft op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW). In dit besluit heeft verweerder het dagloon van eiseres vastgesteld op € 16,50 bruto.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, omdat ze het niet eens is met de hoogte van het dagloon zoals verweerder dat heeft berekend.

In het besluit van 23 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarin toegelicht dat hij bij het berekenen van het dagloon niet gebonden is aan de CAO. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat hij terecht is uitgegaan van een referteperiode van

20 januari 2020 tot en met 31 januari 2020. In die periode heeft eiseres een bruto SV-loon verdiend van € 164,96. Op basis hiervan komt verweerder uit op een ZW-dagloon van

bruto € 16,50 (€ 164,96: 10 (dagloondagen)).

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2021 via Skype. Eiseres heeft aan de Skype-zitting deelgenomen, bijgestaan door haar gemachtigde. Gemachtigde van verweerder heeft telefonisch deelgenomen aan de zitting. Derde-partij heeft, met kennisgeving, niet deelgenomen aan de Skype-zitting.

Overwegingen

Het geschil

1. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert in beroep – samengevat weergegeven – aan dat verweerder haar arbeidsverleden niet goed heeft beoordeeld. Eiseres heeft altijd gewerkt en premies afgedragen. Het kan volgens eiseres dus niet zo zijn dat haar dagloon zo laag is waardoor zij een lage ZW-uitkering ontvangt. Eiseres verzoekt de rechtbank om een deskundige te benoemen om na te gaan of het standpunt van verweerder klopt. Ter zitting heeft eiseres nader toegelicht dat verweerder weliswaar is uitgegaan van de juiste referteperiode, maar dat zij in die periode altijd 28 uur per week heeft gewerkt. Het dagloon zou daarom hoger moeten uitvallen.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de ZW en het Dagloonbesluit zijn regels opgenomen over de manier waarop het dagloon moet worden vastgesteld. In deze zaak is van belang dat het dagloon moet worden berekend op basis van het loon dat is verdiend tijdens de referteperiode uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek is geworden.[_50f090e2-2df2-4f73-ab97-15a287e0b5b5] Eiseres heeft zich op 30 maart 2020 ziekgemeld. Zij had toen een overeenkomst met [derde belanghebbende]. Bij de berekening van het dagloon moet dan ook worden gekeken naar het loon uit die overeenkomst. Verweerder heeft als referteperiode 20 januari 2020 tot en met 31 januari 2020 genomen. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat de referteperiode niet in geschil is.

3. Volgens eiseres heeft zij in de referteperiode altijd 28 uur per week gewerkt voor

€ 27,- per uur. Eiseres betwist daarom dat zij in de referteperiode maar € 164,96 heeft verdiend. Dit bedrag heeft verweerder echter overgenomen uit de polisadministratie. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep[_04cb49c0-2274-44b9-99e3-eca29573d44a] mag verweerder uitgaan van de gegevens uit de polisadministratie, tenzij eiseres aantoont dat die gegevens onjuist zijn.Dat heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet gedaan. Zoals verweerder heeft toegelicht – en ook blijkt uit de stukken – heeft eiseres in de referteperiode wel meer gewerkt dan is meegenomen in de dagloonberekening, maar deze uren kunnen niet worden meegerekend omdat ze zijn gewerkt in een andere overeenkomst (bij [bedrijf] ), en dus niet in het dienstverband waaruit eiseres ziek is geworden. Ook uit de door eiseres overgelegde jaaropgave van 2020 blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat zij in de dienstbetrekking met [derde belanghebbende] in de referteperiode meer heeft gewerkt dan door verweerder is aangenomen.

Conclusie

4. Verweerder heeft het dagloon van eiseres correct vastgesteld. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.