Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 mei 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:2403Zaaknummer 20/3591

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 mei 2021
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
20/3591
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bijstand. Afwijzing aanvraag. Geen belang. Beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

(de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3591

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. F. Boukich),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigde: W. van Beveren).

Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) afgewezen.

Bij besluit van 29 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2021, tezamen met de zaken UTR 20/3574, UTR 20/3149, UTR 20/3975, UTR 20/3728 en UTR 21/324. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In een uitspraak van vandaag heeft de rechtbank in de zaak UTR 20/3149 geoordeeld dat eiseres haar recht op bijstand vanaf 19 maart 2020 behoudt. Daarom heeft eiseres geen belang meer bij beoordeling van dit beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

2. De rechtbank ziet wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Eiseres was door de intrekking van het recht op bijstand immers genoodzaakt om een nieuwe aanvraag in te dienen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 1.068,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

(de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen)

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.